Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Lezingen van de dag

28 maart

Zondag van de Heilige Grigorios Palamas

Prokimen  toon 5 (ps. 11) 

Gij, o Heer, bewaar en behoed ons tegen dit geslacht, tot in alle eeuwigheid. Red mij, Heer, want er is geen toegewijde meer.

APOSTEL

Pericoop 304 (Hebr 1 : 10-2:3)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

In het begin hebt Gij, Heer, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar Gij blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult Gij ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar Gij zijt Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden. En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil zullen beërven? Daarom moeten wij ons des te sterker houden aan wat wij gehoord hebben, opdat wij niet op enig moment afdrijven. Want als het woord dat door engelen gesproken werd, al bindend was en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontving, hoe zullen wij dan ontkomen, als wij zulk een groot heil veronachtzamen, dat in het begin door de Heer is verkondigd, en dat aan ons bevestigd is door hen die Hem gehoord hebben.

Op deze dag eventueel ook: lezing voor de Heilige Grigorios Palamas

Pericoop 318 (Hebr 7 : 26-8:2)

Broeders, zo’n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven. Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij voor eens en altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. De wet stelt als hogepriester mensen aan, die met zwakheid behept zijn; maar het woord van de eed die na de wet gezworen is, stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is. De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen. Hij is een Dienaar in het heiligdom en in de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht en niet een mens.

Alleluja  toon 5 (ps. 88)

Uw barmhartigheid, Heer, wil ik bezingen in eeuwigheid. Gij hebt immers gezegd:  “Mijn barmhartigheid is opgebouwd voor eeuwig.”

EVANGELIE

In de Metten: Jh pericoop 65a – het Negende Opstandingsevangelie (20 : 19-31)

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren op de plaats waar de leerlingen bijeen waren uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: ‘Vrede zij jullie!’ En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zij. De leerlingen verblijdden zich toen zij de Heer zagen. Jezus zei nog eens tegen hen: ‘Vrede zij jullie! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’ En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: ‘Ontvang de Heilige Geest.
Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan worden ze hem vergeven; als jullie ze iemand toerekenen, dan blijven ze toegerekend.’ Thomas nu, één van de twaalf, Didymus genaamd, was
niet bij hen, toen Jezus daar kwam. De andere leerlingen zeiden tegen hem: ‘wij hebben de Heer gezien!’ Maar hij zei tegen hen: ‘Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en
mijn vinger niet op het litteken van de spijkers leg, en mijn hand niet in Zijn zij leg, zal ik het zeker niet geloven.’ En na acht dagen waren Zijn leerlingen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren en Hij stond in hun midden en zei: ‘Vrede zij jullie!’ Daarna zei Hij tegen Thomas: ‘Breng je vinger hier en bekijk Mijn handen, en breng je hand
hier en leg die in Mijn zij, en wees niet ongelovig, maar gelovig.’ Thomas antwoordde en zei tegen Hem: ‘Mijn Heer en mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Mij gezien hebt, geloof je? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.’ Jezus heeft nog veel andere tekenen voor de ogen van Zijn leerlingen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek. Maar deze zijn opgeschreven, opdat u gelooft, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, leven hebt in Zijn Naam.

In de Basilius-Liturgie: Mc-pericoop 7 (Mc 2 : 1-12)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

In die tijd kwam Jezus in Kafarnaüm, en men hoorde dat Hij thuis was. En meteen stroomden zo veel mensen samen dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun het woord. Er werd een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. En omdat zij door de menigte Jezus niet konden benaderen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Hij was, en toen ze een opening hadden gemaakt lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Zoon, uw zonden zijn u vergeven.’ Er zaten daar ook een paar schriftgeleerden die bij zichzelf dachten: ‘Waarom zegt deze man zulke godslasteringen? Wie kan zonden vergeven behalve God alleen?’ Maar in Zijn geest doorzag Jezus meteen dat zij dit bij zichzelf dachten, en Hij zei tegen hen: ‘Waarom denkt u dat bij uzelf? Wat is gemakkelijker tegen deze verlamde te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven,” of te zeggen: “Sta op, neem uw bed op en ga lopen?” Maar opdat u zult weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven,’ zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, neem uw bed op en ga naar huis.’ En hij stond meteen op, nam zijn bed op en ging voor het oog van allen naar buiten, zodat zij allen versteld stonden, God loofden en zeiden: ‘Zoiets hebben wij nog nooit gezien.’

Ook op deze dag eventueel ook: lezing voor de Heilige Grigorios Palamas

Jh – pericoop 36 (Jh 10 : 9-16)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

De Heer zei: ‘Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden zijn; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen om te stelen en te slachten en te verderven. Ik ben gekomen, opdat zij leven en overvloed hebben. Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf komen, laat de schapen in de steek en vlucht weg en de wolf rooft en verstrooit ze, want hij is een huurling en heeft geen hart voor de schapen. Ik ben de goede herder en Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, gelijk de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. En Ik geef mijn leven voor mijn schapen. Ik heb ook nog andere schapen, die van deze schaapsstal niet zijn; ook die moet Ik leiden, en zij zullen naar mijn stem horen en het zal één kudde en één herder worden.’

Gegevens

Datum:
28 maart
Evenement Categorie: