Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Lezingen van de dag

25 maart

Donderdag in de tweede week van de Grote Vasten – De Verkondiging

Op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:

LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 6,1-12

Lezing uit de profetie van Jesaja,

In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heer zitten op een hoge en verheven troon, en de tempel was vol van Zijn heerlijkheid. Serafs stonden rondom Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekten zij hun gezicht, met twee bedekten zij hun voeten, en met twee vlogen zij. De één riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaoth; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! De bovenpost van de deur schudde door het stemgeluid waarmee zij riepen, en het huis vulde zich met rook. Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen, en mijn ogen hebben de Koning, de Heer Sabaoth, gezien. Maar één van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar had genomen. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt, en zal uw wetteloosheid van u wegnemen en u van uw zonden reinigen. En ik hoorde de stem van de Heer, Die zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal naar dit volk gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. En Hij zei: Ga en zeg tegen dit volk: Ge zult met uw oren horen, maar het niet begrijpen. Ge zult met uw ogen kijken, maar het niet zien. Want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren te doof om te horen, en hun ogen zijn gesloten, om niet met hun ogen te zien, en met hun oren te horen, en met hun hart te begrijpen en zich te bekeren, zodat Ik hen zal genezen. Toen zei ik: Hoelang, Heer? Hij zei: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoners meer zijn, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het land verworden is tot een woestenij. Want de Heer zal de mensen ver weg doen gaan, en de overgeblevenen in het land zullen zich vermeerderen.

LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 5, 1-24

Lezing uit Genesis,

Dit is het boek van wording van de mensen. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar het beeld van God. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam Adam, op de dag dat ze geschapen werden. Adam leefde tweehonderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, en naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth. Adams dagen waren, nadat hij Seth verwekt had, zevenhonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen die Adam leefde, waren negenhonderddertig jaar; en hij stierf. Seth leefde tweehonderdvijf jaar, en verwekte Enos. En Seth leefde, nadat hij Enos verwekt had, zevenhonderdzeven jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Seth waren negenhonderdtwaalf jaar; en hij stierf. Enos leefde honderdnegentig jaar, en verwekte Kenan. En Enos leefde, nadat hij Kenan verwekt had, zevenhonderdvijftien jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Enos waren negenhonderdvijf jaar; en hij stierf. Kenan leefde honderdzeventig jaar, en verwekte Mahalaleël. En Kenan leefde, nadat hij Mahalaleël verwekt had, zevenhonderdveertig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Kenan waren negenhonderdtien jaar; en hij stierf. Mahalaleël leefde honderdvijfenzestig jaar, en verwekte Jered. En Mahalaleël leefde, nadat hij Jered verwekt had, zevenhonderddertig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Mahalaleël waren achthonderdvijfennegentig jaar; en hij stierf. Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch. En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Jered waren negenhonderdtweeënzestig jaar; en hij stierf. Henoch leefde honderdvijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach. En Henoch behaagde aan God, nadat hij Methusalach verwekt had, tweehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. Henoch behaagde aan God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Spreuken 6, 3-20

Lezing uit de Spreuken,

Doe, mijn zoon, wat ik je opdraag, en red je, want je bent in de greep van slechten gekomen, terwille van je vriend.

Verlies de moed niet, maar spoor je vriend aan voor wie je borg staat.

Geef je ogen geen slaap, en je oogleden geen sluimer.

Red je als een gazelle uit de strikken, en als een vogel uit de val.

Ga naar de mier, luiaard, bewonder zijn wegen en word wijs.

Hoewel hij geen akker heeft, noch iemand die hem dwingt, noch onder een heerser staat, maakt hij zijn eten gereed in de zomer, verzamelt hij een grote voorraad in de oogsttijd.

Of ga naar de honingbij en leer hoe vlijtig en keurig zij werkt.

De opbrengst van haar inspanningen wordt aan koningen en eenvoudigen aangeboden voor hun gezondheid, en is bij allen geliefd en beroemd.

Ook al is zij zwak van lichaam, zij is geëerd omdat zij de wijsheid bemint.

Hoelang, luiaard, blijft gij liggen? Wanneer staat gij op uit uw slaap?

Een beetje slapen, een beetje zitten, een beetje sluimeren, een beetje de handen op de borst gevouwen!

Zo komt de armoede over u als een slechte metgezel, en het gebrek als een snelle koerier.

Als je niet lui bent, komt je oogst als een waterbron, en je gebrek verdwijnt als een snelle koerier.

Een dwaze man, een wetsovertreder, begaat wegen die niet goed zijn.

Hij knipoogt heimelijk, geeft een teken met zijn voet, en geeft aanwijzingen met zijn vingers.

In zijn verdorven hart smeed hij kwaad te allen tijde brengt hij onrust teweeg in de stad.

Daarom zal plotseling zijn ondergang komen, opeens zal hij gebroken worden, zonder dat er genezing voor is.

Want hij verheugt zich over alles wat gehaat is bij God, en hij wordt gebroken door de onreinheid van zijn ziel: hoogmoedige ogen, een valse tong en handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat zondige plannen smeedt, voeten die zich haasten om kwaad te doen, een valse getuige die leugens doet oplaaien, twist zaait tussen broeders.

Mijn zoon, neem de geboden van je vader in acht en verwerp het onderricht van je moeder niet.

De Verkondiging

Prokimen  toon 3 (Lc 1) Mijn ziel verheft de Heer en gejuicht heeft mijn geest, in God mijn Redder. Want Hij heeft neergezien op de nederigheid van Zijn dienstmaagd; zie: van nu af zullen alle geslachten mij zaligprijzen.

APOSTEL

Pericoop 306 (Hebr 2 : 11-18)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

Broeders, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen, als Hij zegt:
Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de bijeenkomst zal Ik U lofzingen. En verder:
Ik zal op Hem Mijn vertrouwen stellen. En vervolgens: zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.
Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel genomen om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die uit vrees voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan. Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen.

Alleluja  toon 2 (ps. ) Hij daalt neer als dauw op de vacht, als regendruppels die in de aarde dringen. Zijn Naam zij gezegend in eeuwigheid; langer dan de zon zal Zijn Naam bestaan.

in de Liturgie: Lc pericoop – 3 (Lc 1 : 24-38)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd werd Elisabeth, de vrouw van Zacharias, zwanger en zij verborg zich vijf maanden en zei: Zó heeft mij de Heer gedaan in de dagen, toen Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen. En in de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, Nazareth genaamd, naar een maagd, die ten huwelijk gegeven was aan een man, met de naam Jozef, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was zei hij: Verheug u, gij begenadigde, de Heer is met u. Zij ontroerde bij dit woord en overdacht, wat dit voor een begroeting kon zijn en de engel zei tegen haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en Hem de Naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoog­ste genoemd worden; de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, Hij zal in het huis van Jakob koning zijn in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde hebben. Toen zei Maria tegen de engel: Hoe zal dit geschieden, aangezien ik geen man heb? En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden. En zie, ook Elisabeth, uw verwante heeft nog zelfs in haar ouderdom een zoon ontvangen, en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen woord van God zal krachteloos zijn. Toen zei Maria: Ziehier de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.

Gegevens

Datum:
25 maart
Evenement Categorie: