Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Lezingen van de dag

9 maart

Dinsdag in de zuivelweek

APOSTEL

Pericoop 77-c (Judas 1-10)

Lezing uit de algemene brief van Judas,

Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus, aan de geroepenen, die door God de Vader zijn geheiligd en die door Jezus Christus worden bewaard: mogen barmhartigheid, vrede en liefde voor u vermeerderd worden. Geliefden, toen ik mij er met alle inzet toe zette u te schrijven over het gemeenschappelijk heil, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. Want er zijn sommige mensen binnengeslopen, die tot dit oordeel al lang tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade van onze God veranderen in losbandigheid, en die onze enige Meester en Heer Jezus Christus, verloochenen. Maar ik wil u eraan herinneren – gij weet dit eens en voorgoed – dat de Heer, nadat Hij het volk uit het land Egypte verlost had, vervolgens hen die niet geloofden, te gronde heeft gericht. En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld. En herinner u ook Sodom en Gomorra, en de steden eromheen, die op dezelfde wijze als zij hoererij bedreven hebben en ander vlees achterna zijn gegaan. Zij liggen daar als een waarschuwend voorbeeld, doordat zij de straf van het eeuwige vuur ondergaan. Niettemin bezoedelen deze dromers ook nu op dezelfde wijze hun lichaam, zij verwerpen het gezag en lasteren al wat eer toekomt. Michaël, de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heer u bestraffen! Deze mensen echter lasteren alles waarvan zij geen kennis hebben, en wat zij, net als de redeloze dieren, instinctmatig wél begrijpen, wordt hun ondergang.

EVANGELIE

Lc – pericoop 109 (Lc 22 : 39-42, 45-71; 23:1)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas,

In die tijd ging Jezus de stad uit en ging volgens Zijn gewoonte naar de Olijfberg, en Zijn leerlingen volgden Hem. Toen Hij daar gekomen was, zei Hij tegen hen: ‘Bid dat jullie niet in verzoeking komen.’ En Hij verwijderde Zich op ongeveer een steenworp van hen af, knielde neer en bad: ‘Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van Mij weg; maar laat niet Mijn wil, maar die van U gebeuren.’ En toen Hij opstond na Zijn gebed en bij Zijn leerlingen kwam, zag Hij dat ze van verdriet in slaap waren gevallen. En Hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen jullie? Sta op en bid dat jullie niet in verzoeking komen.’ En terwijl Hij nog sprak, kwam er opeens een menigte aan, en één van de twaalf die Judas heette, liep voor hen uit en ging naar Jezus toe om Hem een kus te geven. Want hij had met hen een teken afgesproken: degene die ik kus, die is het. En Jezus zei tegen hem: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’ En toen zij die bij Hem waren, zagen wat er ging gebeuren, zeiden zij tegen Hem: ‘Heer, zullen wij er met het zwaard op inslaan?’ En één van hen trof een dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. Maar Jezus antwoordde en zei: ‘Laat het hierbij.’ En Hij raakte het oor aan en genas hem. En Jezus zei tegen de hogepriesters, de tempelwachters en de oudsten die op Hem afgekomen waren: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met zwaarden en stokken. Dagelijks was Ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur en de tijd van de macht van de duisternis.’ Zij namen Hem gevangen, voerden Hem weg en brachten Hem naar het huis van de hogepriester. En Petrus volgde op een afstand. Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; en Petrus ging tussen hen in zitten. In het schijnsel van het vuur zag een dienstmeisje hem daar zitten, ze keek hem nauwlettend aan en zei: ‘Die man hoorde ook bij Hem.’ Maar hij ontkende het en zei: ‘Vrouw, ik ken Hem niet.’ En kort daarna zag een ander hem en zei: ‘U bent ook één van hen.’ Maar Petrus zei: ‘Welnee, man, dat ben ik niet.’ En ongeveer een uur later verzekerde een ander het met stelligheid, zeggend: ‘Ja zeker, die was ook bij Hem, hij is immers ook een Galileeër.’ Maar Petrus zei: ‘Man, ik weet niet waar u het over hebt.’ En op hetzelfde ogenblik, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan. En de Heer draaide Zich om en keek Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord van de Heer, dat Hij tegen hem gezegd had: ‘Voordat de haan kraait, zul je Mij driemaal verloochenen.’ En Petrus ging naar buiten en huilde bitter. En de mannen die Jezus gevangenhielden, bespotten en sloegen Hem. Ze blinddoekten Hem en vroegen Hem: ‘Profeteer, wie is het die U geslagen heeft?’ En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen Hem. Toen het dag geworden was, kwam de Raad van de oudsten van het volk bijeen – hogepriesters en schriftgeleerden – en zij leidden Hem voor hun raadsvergadering. Ze zeiden: ‘Als U de Messias bent, zeg het ons dan.’ Hij zei hun: ‘Als Ik het u zeg, gelooft u Mij toch niet. En als Ik u iets vroeg, zou u Mij toch niet antwoorden of Mij vrijlaten. Maar van nu af aan zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de machtige rechterhand van God.’ Zij zeiden allen: ‘U bent dus de Zoon van God?’ Hij zei tegen hen: ‘U zegt dat Ik het ben.’ Toen zeiden zij: ‘Waarom hebben wij verder nog een getuigenis nodig? Wij hebben het immers zelf uit Zijn eigen mond gehoord.’ Ze stonden allen op en ze leidden Hem voor Pilatus.

HEILIGE 40 MARTELAREN VAN SEBASTE

Prokimen  toon 5 (ps 11) Gij Heer, bewaar en behoed ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid. Red mij, Heer, er is geen heilige meer: de waarheid wordt zeldzaam onder de kinderen der mensen.

APOSTEL

Pericoop 331-a (Hebr 12 : 1-10)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

Broeders, nu wij door zo’n menigte van getuigen omringd worden, laten wij afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Grondlegger en Voltooier van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God. Let toch scherp op Hem Die zo’n tegenspraak van zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat gij
niet verzwakt en bezwijkt in uw zielen. Gij hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde. En gij zijt de bemoediging vergeten waarmee gij als
zonen wordt aangesproken: Mijn zoon, acht de bestraffing van de Heer niet gering en bezwijk niet, als gij door Hem terechtgewezen wordt.
Want de Heer bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als gij bestraffing verdraagt, behandelt God u als zonen. Want welke zoon is er die niet
door zijn vader bestraft wordt? Maar als gij zonder bestraffing blijft, waar allen deel aan hebben gekregen, zijt gij bastaards en geen zonen. En verder hadden wij onze aardse
vaders als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven? Want zij hebben ons wel voor een
korte tijd naar eigen goeddunken bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid.

Alleluja  toon 4 (ps 65)
Juich voor de Heer, gehele aarde; zing een psalm voor Zijn Naam; breng lof aan Zijn heerlijkheid. God, Gij hebt ons op de proef gesteld, Gij hebt ons als zilver gekeurd in het vuur.

EVANGELIE

Mt – pericoop 80 (Mt 20 : 1-16)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs,

De Heer vertelde de volgende gelijkenis: Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een landheer, die ’s morgens vroeg van huis ging om arbeiders voor zijn wijngaard in te huren. En toen hij het met de arbeiders eens geworden was voor een denarie per dag, zond hij hen naar zijn wijngaard. En omstreeks het derde uur ging hij er weer op uit en zag anderen werkloos op de markt staan. En hij zei tegen hen: ‘Gaat ook gij naar de wijngaard, en ik zal u geven wat rechtvaardig is.’ En zij gingen er heen. En nogmaals ging hij eropuit omstreeks het zesde en het negende uur en deed hetzelfde. En toen hij omstreeks het elfde uur eropuit ging, vond hij er nog anderen werkloos staan en hij zei tegen hen: ‘Waarom staat gij hier de hele dag werkloos?’ Zij zeiden tegen hem: ‘Omdat niemand ons ingehuurd heeft.’
Hij zei tegen hen: ‘Gaat ook gij naar de wijngaard, en gij zult ontvangen wat rechtvaardig is.’ Toen het avond geworden was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn opzichter: ‘Roep de arbeiders en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten.’ En toen zij kwamen die omstreeks het elfde uur ingehuurd waren, ontvingen zij ieder een denarie. En toen de eersten kwamen, dachten zij dat zij meer ontvangen zouden, maar ook zij kregen ieder een denarie. Toen zij die ontvangen hadden, morden zij tegen de landheer en zeiden: ‘Deze laatsten hebben één uur gewerkt, en gij hebt hen gelijkgesteld met ons, die de last van de dag en de hitte verdragen hebben.’ Maar hij antwoordde en zei tegen één van hen: ‘Vriend, ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden over een denarie? Neem wat van u is, en vertrek. Ik wil aan deze laatste evenveel geven als aan u. Of is het mij niet geoorloofd met het mijne te doen wat ik wil? Of is uw oog afgunstig omdat ik goed ben?’ Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.’

Gegevens

Datum:
9 maart
Evenement Categorie: