Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

Lezingen van de dag

13 april

Dinsdag in de vijfde week van de Grote Vasten –

Op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:

LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 40,18-31

Lezing uit de profetie van Jesaja,

Zo spreekt de Heer: met wie zoudt gij de Heer willen vergelijken, of welke vergelijking zoudt gij op Hem willen toepassen? Maakt de vakman soms niet een beeld, of smelt de goudsmid soms geen goud, en vergult het? En maakt hij er geen beeld van? Een timmerman zoekt hout uit dat niet wegrot, en hij kijkt kundig hoe hij zijn beeld opricht, zodat het niet wankelt. Weet gij het niet? Hoort gij het niet? Is het u vanaf het begin niet bekend gemaakt? Kent gij de grondvesten van de aarde niet? Degene Die de omtrek van de aarde samenhoudt, waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn: Degene Die de hemel heeft gemaakt als een gewelf en deze uitspant als een tent om in te wonen; Die vorsten laat heersen als niets, Die de aarde maakt tot niets. Want zij zullen niet planten, noch zaaien, noch wortelen in de aarde. Hij blaast over hen, en zij verwelken, en een windvlaag neemt hen weg als droge takjes. Dus waarmee zoudt gij Mij dan willen vergelijken, en zal Ik verheven worden? De Heilige sprak: Sla uw ogen op naar de hoogte, en zie Wie al deze dingen geschapen heeft. Hij Die Zijn wereld voltallig tevoorschijn brengt, allen roept bij naam: van Zijn grote glorie en Zijn machtige kracht, is niets voor u verborgen. Want waarom zegt gij, Jakob, en sprak gij, Israël: Mijn weg is voor God verborgen en mijn God heeft het oordeel over mij weggenomen en heeft Zich verwijderd. En nu, weet gij het niet? Hebt gij het niet gehoord? De eeuwige God, de God Die de einden der aarde geschapen heeft, krijgt geen honger en wordt niet moe, noch is er doorgronding van Zijn inzicht. Hij geeft kracht aan de hongerigen, en smart aan wie niet lijden. Want de jongeren zullen honger lijden, en jonge mannen zullen het moeilijk hebben, en de uitverkorenen zullen krachteloos zijn. Maar wie God verbeiden, zullen hun kracht vernieuwen.

LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 15,1-15

Lezing uit Genesis,

Het woord van de Heer kwam tot Abram in een nachtelijk visioen, zeggend: Wees niet bevreesd, Abram, Ik zal u beschermen, uw loon zal zeer groot zijn. Toen zei Abram: Heer Heer, wat zult Gij mij geven, aangezien de zoon van Masek uit mijn huis, deze Eliëzer uit Damascus, mijn erfgenaam zal zijn? Verder zei Abram: omdat Gij mij geen nageslacht gegeven hebt, zal iemand die in mijn huis geboren is, mijn erfgenaam zijn. En meteen kwam de stem van de Heer tot hem, zeggend: Deze man zal uw erfgenaam niet zijn, maar iemand die uit u voortkomt, die zal uw erfgenaam zijn. Toen leidde Hij hem naar buiten en zei tegen hem: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als gij ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Verder zei Hij tegen hem: Ik ben God, Die u uit het land van de Chaldeeën geleid heb, om u dit land te geven als erfdeel. Hij zei: Heer Heer, waardoor zal ik weten dat ik het in bezit zal krijgen? Hij zei tegen hem: Haal voor Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. Hij haalde al deze dieren voor Hem, deelde ze doormidden en legde de stukken tegenover elkaar; de vogels deelde hij echter niet. Er kwamen roofvogels op de kadavers af, maar Abram bleef er naast zitten. En het gebeurde, bij zonsondergang, dat er een diepe slaap op Abram viel. En zie, een grote, schrikwekkende duisternis viel op hem. Toen zei God tegen Abram: Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar Ik zal het volk dat zij zullen dienen, oordelen en daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken. Maar gíj zult in vrede tot uw vaderen heengaan; gíj zult in goede ouderdom begraven worden.

Spreuken 15,7-19

Lezing uit de Spreuken,

De lippen van wijzen zijn verbonden met kennis, maar het hart van onverstandigen is niet onwankelbaar.

De offers van goddelozen zijn voor de Heer een gruwel, maar de gebeden van oprechten zijn Hem welgevallig.

De wegen van goddelozen zijn voor de Heer een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.

De opvoeding van de onschuldige blijkt voor wie langs komt, en wie bestraffing haat, zal met schande sterven.

Hades en verderf liggen open voor de Heer – hoeveel te meer de harten van de mensen.

Een man zonder opvoeding houdt niet van wie hem terechtwijst, naar wijzen gaat hij niet.

Een vrolijk hart maakt een gezicht blij, maar een verdrietig hart maakt het neerslachtig.

Een oprecht hart zoekt kennis, maar de mond van onopgevoeden zal slechtheid kennen.

Altijd zijn de ogen van de slechten gericht op het kwade, maar goedhartigen zijn voortdurend kalm.

Beter is weinig met de vreze des Heren, dan grote schatten zonder vreze.

Beter is gastvrijheid met een schotel groente omwille van vriendschap, dan een gemeste os met vijandigheid.

Een driftig man veroorzaakt ruzie, maar een geduldige stilt opkomende onenigheid.

Een geduldig man dooft ruzies, maar een goddeloze wakkert die aan.

De wegen van nietsdoeners zijn bezaaid met doornen, maar het pad van oprechten is welgebaand.

Gegevens

Datum:
13 april
Evenement Categorie: