Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Lezingen van de dag

11 april

Zondag van de Heilige Johannes Klimakos –

Prokimen  toon 7 (ps. 28)

De Heer schenkt Zijn volk kracht; de Heer zegent Zijn volk met vrede. Offer de Heer, zonen van God, offer de Heer jonge rammen; offer de Heer glorie en eer.

APOSTEL

Pericoop 314 (Hebr 6 : 13-20)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Hebreeën,

Broeders, toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die hoger was, kon zweren. Hij zei: Voorzeker, rijk zal Ik u zegenen en overvloedig zal Ik u in aantal doen toenemen. En zo heeft hij de belofte verkregen na daar geduldig op gewacht te hebben. Mensen zweren immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die volgens de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Op deze dag eventueel ook: lezing voor de Heilige Johannes Klimakos

Pericoop 229 (Ef 5 : 8b-19)

Lezing uit de brief van Paulus aan de Efeziërs,

Broeders, wandel als kinderen van het licht – want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid, rechtvaardigheid en waarheid – en onderzoek wat de Heer welbehaaglijk is. En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar breng ze veeleer aan het licht. Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. Alles wat aan het licht wordt gebracht, wordt in het licht openbaar; want alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom zegt Hij:
Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Let er dan op dat gij nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, want de dagen zijn slecht. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is. En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing en jubel van harte voor de Heer.

Alleluja  toon 2 (ps. 91)

Het is goed de Heer te belijden, en psalmen te zingen voor Uw Naam, Allerhoogste. Om ‘s morgens Uw barmhartigheid te verkondigen, en Uw waarheid in de nacht.

EVANGELIE

In de Metten: Jh pericoop 67 – het Elfde opstandingsevangelie (Jh 21 : 15-25)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes, 

In die tijd verscheen Jezus aan Zijn leerlingen, nadat Hij uit de doden was opgewekt en Hij zei tegen Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Jona, heb je Mij meer lief dan de anderen?’ Hij zei tegen Hem: ‘Ja, Heer, U weet, dat ik U bemin.’ Hij zei tegen hem: ‘Weid Mijn lammeren.’ Hij zei opnieuw tegen hem, voor de tweede keer: ‘Simon, zoon van Jona, heb je Mij lief?’ Hij zei tegen Hem: ‘Ja, Heer, U weet, dat ik U bemin.’ Hij zei tegen hem: ‘Hoed Mijn schapen.’ Hij zei voor de derde keer tegen hem: ‘Simon, zoon van Jona, bemin je Mij?’ Petrus werd bedroefd, omdat Hij voor de derde keer tegen hem zei: bemin je Mij? En hij zei tegen Hem: ‘Heer, U weet alles, U weet dat ik U bemin.’ Jezus zei tegen hem: ‘Weid Mijn schapen. Amen, amen, Ik verzeker je: Toen je jonger was, omgordde je jezelf en ging waar je wilde, maar wanneer je oud bent, zul je je handen uitstrekken, en een ander zal je omgorden en je brengen waarheen je niet wilt.’ En dit zei Hij om aan te duiden met wat voor dood hij God verheerlijken zou. En nadat Hij dit gezegd had, zei Hij tegen hem: ‘Volg Mij.’ En toen Petrus zich omkeerde, zag hij de leerling van wie Jezus hield, volgen, die ook tijdens het avondmaal tegen Zijn borst had geleund en gezegd had: Heer, wie is het, die U verraden zal? Toen Petrus hem zag, zei hij tegen Jezus: ‘Heer, maar wat zal er met hem gebeuren?’ Jezus zei tegen hem: ‘Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan? Volg jij Mij!’ Zo verspreidde zich het gerucht onder de broeders, dat die leerling niet zou sterven. Maar Jezus had niet tegen hem gezegd dat hij niet zou sterven, maar: ‘Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan?’ Dit is de leerling die van deze dingen getuigt en dit geschreven heeft; en wij weten, dat zijn getuigenis waarachtig is. Er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Als die één
voor één opgeschreven zouden worden, dan zou, denk ik, de hele wereld de geschreven boeken niet kunnen bevatten. Amen.

In de Basilius-Liturgie: Mc-pericoop 40 (Mc 9 : 17-31)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

In die tijd kwam er een man naar Jezus toe, knielde voor Hem neer en zei: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U gebracht, die een geest heeft die maakt dat hij niet kan spreken. En waar hij hem ook aangrijpt, werpt hij hem op de grond; dan komt hem het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en verstijft. Ik zei tegen Uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar zij konden het niet.’ Hij antwoordde hem en zei ‘O ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang nog moet Ik u verdragen? Breng hem bij Mij.’ En zij brachten hem bij Hem. En zodra de geest Hem zag, deed de geest de jongen stuiptrekken, zodat deze op de grond viel en zich met schuim op de mond rondwentelde. En Hij vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang is het al dat dit hem overkomt?’ ‘Van jongs af aan,’ zei hij, ‘en vaak heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen om hem te doden; maar als U iets kunt doen, ontferm U over ons en help ons.’ Jezus zei tegen hem: ‘Als U iets kunt doen? – alles is mogelijk voor wie gelooft.’ En meteen riep de vader van de jongen onder tranen: ‘Ik geloof, Heer; kom mijn ongeloof te hulp.’ Toen Jezus zag, dat de menigte steeds meer toestroomde, bestrafte Hij de onreine geest en zei: ‘Jij geest die stom en doof maakt, Ik beveel je, ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ En onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; en hij werd als een dode, zodat velen zeiden dat hij gestorven was. Maar Jezus pakte hem bij de hand en richtte hem overeind, en hij stond op. Nadat Hij in huis gegaan was, toen zij weer alleen waren, vroegen Zijn leerlingen Hem: ‘Waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ Hij antwoordde hun: ‘Dit soort wordt door niets anders uitgedreven dan door gebed en vasten.’ En zij vertrokken uit die streek en reisden door Galilea, maar Hij wilde niet, dat iemand het te weten kwam. En Hij wilde niet dat iemand het zou weten. Want Hij onderrichtte Zijn leerlingen en Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd in handen van mensen en zij zullen Hem doden, en op de derde dag na Zijn dood zal Hij opstaan uit de dood.’

Op deze dag eventueel ook: lezing voor de Heilige Johannes Klimakos

Mt-pericoop 10-b (Mt 4 : 25-5:12)

In die tijd trok Jezus rond door heel Galilea. Hij gaf onderricht in hun synagogen, verkondigde het evangelie van het Koninkrijk, en genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk. En de mare over Hem verbreidde zich over geheel Syrië; en men bracht allen bij Hem die er slecht aan toe waren, die leden aan allerlei ziekten en kwalen, bezetenen, maanzieken en verlamden, en Hij genas hen. En grote menigten volgden Hem uit Galilea en Dekapolis, Jeruzalem en Judea, en van over de Jordaan. Toen Hij de menigte zag, ging Hij de berg op, en toen Hij was gaan zitten, kwamen Zijn leerlingen bij Hem. En Hij opende Zijn mond en onderrichtte hen, zeggend:
‘Zalig de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig de treurenden, want zij zullen worden vertroost.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen worden verzadigd.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God aanschouwen.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods worden genoemd.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u wanneer men u smaadt en vervolgt, en lasterlijk allerlei kwaad van u spreekt omwille van Mij.
Verheug en verblijd u, want uw loon is groot in de hemelen.’

Gegevens

Datum:
11 april
Evenement Categorie: