Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

16 januari - 17 januari

Sint Peters Banden. Omstreeks paastijd sloeg koning Herodes de hand aan sommigen van de kerk om hun kwaad te doen en hij nam ook Petros in hechtenis, en zette hem gevangen onder bewaking van vier viertallen soldaten om hem na het feest voor het volk te brengen. Door de kerk werd er echter voortdurend voor hem gebeden. De nacht voordat Petros moest voorkomen lag hij te slapen, tussen twee soldaten, geboeid met twee ketenen; en schildwachten hielden voor de deur van de gevangenis de wacht. En zie, plotseling stond een engel des Heren bij hem en er scheen licht in het duistere hol. De engel stootte Petros in de zijde om hem te wekken en zei: Vlug, sta op! Toen vielen de boeien van zijn handen. En de engel zei: Kleed je aan, bind je sandalen vast. En toen hij dit gedaan had zei hij nog: Trek je mantel aan en volg me. Petros volgde hem naar buiten, zonder te beseffen dat het werkelijkheid was wat door de engel gedaan werd, want hij meende een visioen te hebben. Nadat zij langs de eerste en de tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren buitenpoort welke vanzelf voor hen openging. Buiten ging de engel nog één straat met hem mee en was toen verdwenen. Toen kwam Petros tot zichzelf en zei: Nu weet ik dat de Heer werkelijk Zijn engel gestuurd heeft om mij te ontrukken aan de hand van Herodes en uit al wat het volk verwachtte. Hij dacht even na en ging naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Markos, waar velen bijeen waren in gebed. Toen hij aan de deur klopte, kwam Roosje, de slavin, om te horen wat er was. Toen zij de stem van Petros herkende, vergat ze uit blijdschap de deur open te doen en liep naar binnen en riep dat Petros buiten stond. De anderen zeiden: Je bent niet goed wijs, maar ze bleef het volhouden. Dan moet het zijn engel zijn, vonden ze toen. Maar Petros bleef kloppen tot ze hem opendeden en hij wenkte met zijn hand dat ze zwijgen moesten zodat hij kon vertellen hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid en hij zei: Bericht dit aan Jakobos en de broeders. Daarna vertrok hij en reisde naar een andere plaats. Toen het dag geworden was ontstond er een geweldige opschudding onder de soldaten. Herodes liet overal zoeken, doch tevergeefs; toen nam hij de schildwachten gevangen en vertrok (Hand. 12: 1-19). Dit is gebeurd in het jaar 42. Deze boeien werden later door enkele gelovigen opgekocht en als een kostbare schat bewaard. Tenslotte kwamen ze in handen van de keizer zodat een deel in Constantinopel en een deel in Rome wordt bewaard, waar nog de boeien uit de vervolging van Nero erbij kwamen in de daaraan gewijde kerk.

De heilige Damaskenos, de nieuwe martelaar, leefde in een Servisch dorpje. Toen zijn kinderen volwassen waren, trok hij naar de Athos en werd monnik in het Slavische Chilandari-klooster. Door zijn organisatorische bekwaamheden werd hij de abt, en zo moest hij eens op zakenreis om een schuldkwestie met de Turken te regelen. Dezen ontnamen hem echter alles wat hij bij zich had, beschuldigden hem van een verzonnen misdaad, en hingen hem op toen hij niet de islam wilde aannemen, 1771. De inwoners van het dorp waar dit gebeurde liepen te hoop en de moordenaars vertrokken ijlings in een boot, maar deze kapseisde op de woelige Donau en zij verdronken.

De heilige Maximos van Totma was een Russische provinciepriester die 45 jaar lang de ascese beoefende van een dwaas om Christus, tot aan zijn dood in 1650. De herinnering aan zijn levenswijze en zijn uitspraken vervaagde niet maar kreeg juist een steeds grotere bekendheid. Men begon steeds meer zijn voorspraak in te roepen en sinds ongeveer 1700 werd hij algemeen als een heilige beschouwd.

De heilige Marcellus, bisschop van Rome. Tijdens de vervolging van Maxentius werd hij gevangen genomen, en na zijn volgehouden belijdenis heftig afgeranseld. Hij overleefde de mishandelingen en werd toen als slaaf tewerkgesteld in de stallen van het openbaar vervoerswezen. Hij verrichtte zijn dienst in een haren boetekleed, en is daar gestorven.

De heilige Pevsippos, Elasippos en Mesippos, drieling-broers, met hun grootouders Neon en Neonilla. Zij waren paardenhandelaren; en waren alleen onder deze bijnamen (hippos = paard) bekend. Neon was een bekeerling van Polykarpos van Smyrna, maar de familie was later naar Frankrijk vertrokken. Bijeen heidens offerfeest werden de jongens zo verontwaardigd dat zij afgodsbeelden begonnen stuk te slaan waarvoor zij de vuurdood moesten sterven. Voordat Neon zelf gegrepen werd, heeft hij deze geschiedenis op schrift gesteld. Met hen stierven ook Turbon en diens vrouw Jovilla, in de tweede eeuw. Zij worden vooral in Spanje vereerd, maar hun relieken zijn in Langres.

De heilige Danax (Danaktos) was lector in de kerk van Avlon (Albanië). Tijdens een inval van naburige stammen poogde hij het heilig vaatwerk te verbergen, maar hij werd daarbij gegrepen. Na zijn weigering om aan hun afgod te offeren werd hij met het zwaard omgebracht en zijn lichaam werd in zee gegooid, 2e eeuw. Met hem worden ook vereerd Elpidios en Helena.

De heilige Priscilla leefde in Rome. Zij stelde zichzelf met al haar goederen ten dienste van hen die om Christus gevangen waren en gefolterd werden, maar zij is zelf aan de vervolging ontkomen en in vrede ontslapen.

De heilige Romylos van Ravenitsa was de zoon van een Griekse vader en een Bulgaarse moeder. Toen zij hem wilden laten trouwen, vluchtte hij naar het klooster van de Moeder Gods Hodigitria bij Tarnova, waar hij monnik werd. Hij was bij allen geliefd om zijn ijver en vroomheid, maar zijn hart trok naar het kluizenaarsleven. Toen dichtbij, in een klooster op de Griekse grens, eens de beroemde Gregorios van de Sinaï op bezoek kwam, kreeg Romylos verlof om bij hem in de leer te gaan. Hij trok met Gregorios mee naar de Sinaï en hielp bij de bouw van een nieuw kloostertje. Onder leiding van de heilige Gregorios maakte hij grote voortgang in het geestelijk leven. Bij de dood van zijn geestelijk vader in 1346, ging hij weg en trok rond, op zoek naar een andere leidsman. Zo kwam hij op de Athos, waar hij een cel betrok in de buurt van de Grote Laura. Al spoedig waren de rollen omgedraaid: hijzelf werd nu bezocht door andere monniken die zijn raad kwamen vragen. Na enige tijd kreeg de Athos veel te lijden van invallende Turken die de kloosters plunderden en de monniken terroriseerden. Romylos vluchtte naar Avlon in Albanië en vond later een toevlucht in het Moeder Gods-klooster van Ravenitsa in Servië. Daar is hij gestorven in 1376.

Ook nog op deze dag de heilige Melas, bisschop van Rhinocolura in Egypte, die de folteringen overleefde en in vrede gestorven is.

Eveneens op deze dag de gedachtenis van de heilige Honoratus, abt van het klooster te Fondi in Campania; Honoratus, bisschop van Arles (429); Titianus, bisschop van Oderzo bij Venetië; Trivirus, kluizenaar in Dombes (550); en Furseus, monnik te Mézerolles aan de rivier de Authie, in Frankrijk (tegen 648).

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Begin:
16 januari
Einde:
17 januari
Evenement Categorie: