Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

28 juli

De heilige Akakios werd op jonge leeftijd martelaar onder keizer Likinios (307-323). Hij werd naar verschillende plaatsen gebracht om als volksvermaak gemarteld te worden en is tenslotte in Miletos (Jonië) onthoofd.

De heilige Christodoulos van Kassandra had gepoogd een afvallige christen het Kruis te laten kussen. Daarvoor werd hij door de straten van Thessaloniki gesleept, met een groot kruis op de rug, en zo mocht hij Christus navolgen op Diens weg naar Golgotha. Hij werd opgehangen in 1777.

De heilige Eustathios was soldaat te Ankyra. Hij werd aangegeven als christen en beleed voor het gerecht dat Christus in waarheid God is. Om die belijdenis werd hij wreed ter dood gebracht in 316.

De heilige Innocentius I, bisschop van Rome vanaf 402, was afkomstig uit Albanië. Hij probeerde een verzoening te bewerken tussen de keizer en Joannes Chrysostomos, toen deze in ongenade was gevallen door zijn openhartige preken, doch het was helaas tevergeefs.
Tijdens zijn bestuur werd Rome driemaal belegerd door de Gothenkoning Alarik, en tenslotte ingenomen, geplunderd en verwoest in 410. Ook werd hij betrokken in de afrikaanse strijd tussen Augustinus die wel erg sterke nadruk legde op de noodzaak van de genade en het onvermogen van de mens, en Pelagius‚ die tot het tegenovergestelde uiterste doorsloeg en zei dat de mens verlost kon worden door de kracht van zijn eigen wil, en dat Christus gekomen was om de mens te onderrichten, niet om hem te helpen. Innocentius, om zijn mening gevraagd, schreef dat elk christelijk streven de hulp van de genade nodig heeft, en dat zij die dit ontkenden, zich buiten de Kerk plaatsten. Dit was zijn laatste werk voor zijn sterven in 417.

De heilige Irene Chrysovalanda uit Kappadocie was uitgezocht als bruid voor keizer Michaël III. Op haar tocht naar Konstantinopel ontmoette zij de heilige Joannikios, de askeet van de Olymposberg, en kreeg zijn zegen. Deze ontmoeting had een beslissende uitwerking en veranderde de richting van haar leven. Er ontwaakte een groot verlangen in haar om zich geheel aan God toe te wijden maar ze verwachtte grote moeilijkheden wegens de verplichtingen die zij op zich had genomen.
Toen zij aankwam in Konstantinopel werd zij met veel eer ontvangen. De keizer was echter juist met een ander meisje getrouwd, waardoor zij onverwacht haar vrijheid hervond. Zij stelde haar slaven in vrijheid, verdeelde haar bezittingen onder de armen en kocht gevangenen vrij. Daarna ging ze naar het klooster Chrysovalanda, waarover Joannikios had gesproken.
De strikte levensregel die daar werd onderhouden, volgde zij zonder zichtbare inspanning, en reeds spoedig begon zii meer te doen in strenge vasten en langdurige gebeden, staande, met opgeheven handen, vaak tot de tijd van de Goddelijke Dienst. Dit volbracht zij, naast het gewone werk overdag, waarbij zij het minst aantrekkelijke werk op zich nam. Zij behield bij dit alles naar goede gezondheid.
Na verloop van tijd werd zij tot abdis gekozen en onder haar leiding kwam het klooster tot grote bloei. God schonk haar de gave van profetie en van wonderen, zodat velen haar kwamen bezoeken voor zegen en raad, troost en hulp. Zij is gestorven in de ouderdom van 108 jaar, in 829.

De heilige Nazarius en Celsus. Nazarius was de zoon van een heidense vader en van Perpetua, die bekeerd was door de heilige Petros te Rome. Hijzelf was door zijn moeder als christen opgevoed en vol enthousiasme verliet hij als jongeman samen met zijn vriend Celsus de stad om het geloof te verkondigen. In Milaan werden zij gearresteerd en ter dood veroordeeld, tijdens de eerste vervolging onder Nero, in het jaar 68.
Hun relieken werden ruim drie eeuwen later ontdekt door de heilige Ambrosius‚ de gevierde bisschop van Milaan, in 395. Hij zond ervan naar andere bisschoppen en daardoor ontwikkelde zich op allerlei plaatsen de verering van dit heiligenpaar.

De heilige Paulos van Xeropotamos was een zoon van de Griekse keizer Michaël‚ en hem werden de ogen uitgestoken door keizer Leo de Armeniër. Hij wist te ontvluchten en werd monnik in het klooster Xeropotamos op de Athos‚ waar hij teruggetrokken leefde in een kluizenaarscel tot aan zijn dood in 820, maar hij heeft wel een klooster gesticht. Hij wordt met Athanasios de Grote genoemd in een oud typikon van 972, en er zijn Canons bewaard gebleven die hij gedicht heeft voor de Vasten, voor het Heilig Kruis en voor de Tempelgang van de Moeder Gods.

De heilige Samson, bisschop van Dol, was het afgebeden kind van een prins van Armorioa, een eiland voor de kust van Wales. Reeds op vijftienjarige leeftijd begon hij met strenge vasten, maar dit werd hem verboden door zijn geestelijke vader, de heilige Iltut. Maar na zijn priesterwijding leefde hij met grote strengheid, werkte hard op het land overdag, en las in zijn cel tot diep in de nacht. Hij werd tot overste aangesteld over een groep monniken maar kon hun liefde niet winnen, zodat hij na anderhalf jaar vandaar vertrok, en na een bezoek aan Ierse kloosters, zich in Wales vestigde in een lange grot.
Daar droomde hij eens dat de apostelen Petros, Jakobos en Joannes binnenkwamen en hem tot bisschop wijdden. Toen hij wakker werd, voelde hij zich werkelijk bisschop en hij ging naar de heilige bisschop van die streek en vertelde hem over zijn visioen. Deze geloofde hem, verklaarde dat het niet nodig was hem over te wijden, en stelde hem aan tot bisschop over een plaats in Wales. Voor de zekerheid gaf hij hem twee hulpbisschoppen mee die wel op de gewone manier waren gewijd. Later vestigde hij zich in Dol, waar hij een klooster stichtte en waar hij ook gestorven is in 565, in de ouderdom van 75 jaar. Hij was een van de deelnemers aan de Synode van Parijs in 555.

De heilige Pitirim, bisschop en wonderdoener van Tambov‚ leefde in de tweede helft van de 17e eeuw, een tijd van grote beroeringen, zoals het schisma der Oudgelovigen en vele nationale rampen. Maar het was ook een tijd van heilige bisschoppen die grote persoonlijkheden waren, zodat de Kerk een ware steun werd voor het gekwelde volk.
Daar waren Metrophanes van Voronezj (1628-1703); Pitirim van Tambov (1645-1698); Theodosios van Tsjernikov (-1696); Demetrios van Rostov (1651- 1709); Joannes van Tobolsk en Siberië (1651-1710).
Pitirim de verlichter van het Tambovland, werd geboren in Wjasma, bij Smolensk, een vrij kleine stad maar met veel kerken en een bloeiend kerkelijk leven. Vooral het klooster van de heilige Joannes de Doper oefende een zeer gunstige invloed uit en dit klooster speelde dan ook een grote rol in de ontwikkeling van de jonge Prokopii (de doopnaam van Pitirim). Hij en zijn zuster (de latere moniale Jekaterina) waren van kind af met de Kerk verbonden. Hij zong in het koor en was de beste lektor van de stad. Ook leerde hij met veel talent ikonen schilderen. Hij kwam vaak in het klooster en zag zichzelf daar in de toekomst als monnik.
Nadat hij de school beëindigd had, werd hij daar inderdaad novice. Door zijn liefde voor het vasten, zijn stipte gehoorzaamheid en zijn zichtbaar geestelijk leven won hij de achting van de broeders en reeds met 21 jaar mocht hij de geloften afleggen, waarbij hij de naam Pitirim ontving. Nog meer dan eerst werd de gewoonte van steeds te bidden de adem van zijn leven. Geestelijk groeide hij boven de anderen uit en reeds op 32-jarige leeftijd werd hij tot abt van het klooster aangesteld.
Onder zijn bestuur beleefde het klooster een bloeiperiode, en ook de gebouwen werden in grote luister opgetrokken. Maar onder de bevolking brak onrust uit, toen Pitirim tijdens een feestprocessie een slecht gemaakte ikoon in beslag nam. Dit feit trok echter de aandacht van de patriarch en deze zag in dat Pitirim geschikt was voor werk dat meer van hem eiste. Daarom wijdde hij hem in 1685 tot bisschop voor Tambov, een moeilijke post.
De stad Tambov was pas sinds een halve eeuw gesticht aan de zuid-oost- grens van het toenmalige Rusland, aan de rand van de woeste steppe, met slechts een aarden wal om de bewoners te beschermen tegen de invallen van de nomaden. De 4000 inwoners werden meest gevormd door afgezwaaide militairen uit het naburige district. Er waren weinig dorpen in uitgestrekte wouden, met een mengsel van Russen, heidenen en moslims. Het christendom was er nauwelijks op gang gekomen. De groepen die gedoopt waren hadden slechts twintig jaar bestaan en waren door de heidenen uitgemoord. De Russen die er waren bestonden in hoofdzaak uit bannelingen en gevluchte misdadigers. De kerkelijke zaken bevonden zich in een deplorabele toestand.
Pitirim bleef na zijn wijding dus nog een jaar in Moskou om de financiën en de organisatorische steun voor het bisdom te regelen. Dit deed hij met grote voortvarendheid. De inkomsten van verschillende kloosters en landgoederen werden aan het nieuwe bisdom toegewezen. Daarna vertrok hij met zijn zuster, moniale Jekaterina, en de ongehuwde priester Basili naar zijn diocees. Ze kwamen aan in de nacht van de 1e maart en begonnen ‘s morgens om vier uur de Dienst van de Voorafgewijde Gaven, zodat de bevolking die hun bisschop kwam begroeten, hem ontmoette in de dienst, in het gebed.
Zij zagen een opmerkelijk man. Vriendelijk, benaderbaar, zachtmoedig, aandachtig luisterend, met een uitstraling van oprechte mensenliefde met daarachter een verborgen, sterke kracht. Hij won al spoedig de liefde van zijn kudde, zowel de orthodoxen als de halsstarrige oudgelovigen, de moslims en de heidenen. En ook van de criminelen en de zwervers. “Onzelfzuchtige liefde, een waarachtig verlangen naar het goede voor allen, een warm hart en toewijding”, zo werd hij in het kort beschreven. Hij was groot en fors gebouwd, met grote, heldere, doordringende ogen. Zijn blik drukte vroomheid uit, zachtheid en goedheid, en volkomen onverschilligheid voor wereldse zaken. Zijn gezicht was strak en ingevallen, zijn stem beheerste alle registers van tenor tot bas.
Hij verzette enorm veel werk: gebouwen voor kerkbestuur en priesteropleiding, oprichten en herstel van kerken en kloosters, het zeker stellen van de inkomsten. Het orthodox geloof moest weer geheel opgericht worden, de diensten moesten in hun luister worden hersteld, geestelijk onderricht moest worden gegeven. En bij dit alles hield de heilige vast aan zijn monastieke dagregel, zijn asketische levenswijze, zijn persoonlijke gebeden en geestelijke lezing. ‘s Zondags deed hij zelf de diensten, in de week stond hij bij de clerus om de nieuwelingen het zingen en lezen te leren. Zelf las hij dan de Hexapsalm en de Uren en hij zong mee in het koor. Hij voerde op de feesten processies in, zoals dat in Wjasma de gewoonte was, en stelde ikonen op bij de poorten van de stad, om heel het diocees te stellen onder de bescherming van Christus en Zijn heilige Moeder. Een aantal van deze ikonen had hij zelf geschilderd.
Hij preekte ook altijd in de heilige diensten en ook dat trok veel mensen die dorstten naar het goddelijk woord. Hij moedigde zijn priesters aan om het ook zo te doen. Zo werd zijn residentie een ware opleidingsschool voor de Goddelijke Dienst in al zijn facetten.
Maar ook zijn missionaire activiteit was bewonderenswaardig. Een van de eerste dingen die hij tot stand bracht, was het organiseren van logies voor verbannen misdadigers en zwervers uit de omgeving. Hij was werkelijk een broeder voor het uitschot en voor allen die van het gewone leven waren afgedwaald en hij treurde diep over wie onverbeterlijk schenen en betoonde hun werkelijke liefde en barmhartigheid. Telkens weer zocht hij die mensen op om met hen te praten, en dit bleef niet zonder uitwerking. Reeds binnen een jaar na zijn aankomst moest er op algemeen verzoek een kerk gebouwd worden, toegewijd aan de heilige Joannes de Doper, de boeteprediker. Ook kwam er een klooster tot stand in 1688.
Hij trok door het maagdelijke woud en vond daar een geschikte plaats voor het oprichten van een contemplatief klooster in 1691. Hij had reeds een vrouwenklooster gebouwd, waar zijn zuster overste werd en waar zij ook gestorven is. Veel energie stak hij in het bouwen van een prachtige stenen kathedraal. Hij was zowel architect als werkman: hij sjouwde stenen, groef klei weg, werkte mee bij elk onderdeel. Deze kathedraal was nog slechts gedeeltelijk klaar tijdens zijn leven. Want hij leefde niet lang: in 1698, op het feest van de Kazanskaja-ikoon, is hij gestorven, 53 jaar oud, na een episkopaat van 13 jaar. Zijn verering begon direct na zijn dood en verspreidde zich in het bijzonder in de 19e eeuw. Op zijn sterfdag in 1914 volgde de plechtige heiligverklaring.

De heilige Victor, afkomstig uit Afrika, werd in 193 gekozen tot bisschop van Rome. Hij toonde zich een waardig opvolger van de apostelen en bestuurde de Kerk met kracht in een tijd van veel opkomende ketterijen, die beweerden dat Christus niet werkelijk God was. Hij stierf in 202, na een pontifikaat van 10 jaar.

De heilige Ursus uit Cahors was vanaf zijn jeugd tot het kloosterleven geneigd. Hij verliet zijn familie en trok zich als kluizenaar terug in de streek van Berri. Hij paarde een grote persoonlijke aantrekkingskracht aan organisatietalent en in de loop van zijn leven stichtte hij een hele reeks kloosters. Hij is gestorven in 508.

De heilige Prochoros, Nikanor, Timon en Parmenas uit de eerste zeven diakens en apostelen uit de zeventig.
Prochor was metgezel van de apostel Joannes en nam ook deel aan zijn lijden. Hij werd de eerste bisschop van Nikomedië en stierf als martelaar in Antiochië.
Nikanor werd met vele andere christenen in Jeruzalem gedood nadat Stefanos was gestenigd.
Timon werd bisschop van Bosra in Arabië. Hij moest veel verduren omwille van de prediking van het Evangelie en stierf tenslotte de vuurdood.
Parmenas stierf het bijzijn der apostelen en werd door hen begraven.

Ook nog op deze dag vele monnik-martelaren uit de Thebaïde, tijdens de vervolging van Decius‚ 250; Julianos uit Dalmatië werd in Italië onthoofd; de martelares Drosis stierf verbrandingsdood in goudsmeltersoven; en Eustachios, 316.

Eveneens op deze dag de heilige Moyses, wonderdoener van het Holenklooster 13e eeuw; Peregrinus‚ priester te Lyon; en Camelianus, bisschop van Troyes, 5e eeuw.

Vandaag eveneens de gedachtenis van de ikoon van de heilige Moeder Gods van Smolensk, Hodegitria. Deze naam betekent: gids, zij die de weg wijst. Deze oude Griekse ikoon werd door de byzantijnse keizer geschonken aan zijn bloedverwanten in het pasbekeerde Rusland, en wordt sinds 1103 in de kathedraal van Smolensk vereerd als de beschermster van de stad, die daardoor herhaaldelijk op wonderbare wijze uit oorlogsnood werd gered. Deze dag is de datum van de inwijding van de in 1658 opnieuw gebouwde kathedraal.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Datum:
28 juli
Evenement Categorie: