Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

25 mei

Gedachtenis van de heilige Joannes de Doper, het voor de derde maal hervinden van zijn hoofd. Tijdens de onlusten, veroorzaakt door de verbanning van de heilige Joannes Chrysostomos uit Konstantinopel, werd de kostbare reliek van het hoofd van Joannes de Doper naar Emesa (Homs) gebracht. Toen daar de Saracenen binnenvielen (810-820) werd het in de aarde verborgen, en het bleef daar tijdens de telkens weer oplaaiende vervolgingen der lkonoklasten. Na de terugkeer van de kerkvrede had patriarch lgnatios een visioen over de plaats waar het hoofd verborgen was. Hij deelde dit mee aan de keizer, die een gezantschap naar Komana zond, waar het hoofd inderdaad gevonden werd op de aangeduide plaats.

De heilige martelaar Therapont (Ferapont), bisschop van Cyprus, heeft zijn getuigenis volbracht in het circus, tijdens de vervolging van Diokletiaan, 4e eeuw. Zijn relieken zijn in 806 overgebracht naar Konstantinopel, waar de rijkelijk eruit vloeiende myron veel genezingen tot stand bracht.

De heilige Jaropolk, Stefanos, Makarios, lgor en Juliana van Wolhynië. Het is heden hun Synaxis, de gezamenlijke feestdag.

De heilige martelaar Dionysius, bisschop van Milaan. Onder Konstantios werd hij naar Kappadocië verbannen tot aan zijn dood. De heilige Ambrosius heeft gezorgd dat zijn lichaam teruggebracht werd naar Milaan. Ook de heilige Basilios heeft daaraan meegewerkt.

De heilige martelaar Urbanus I, paus van Rome, 223430, opvolger van de heilige Callixtus. Onder keizer Alexander en tijdens het regentschap van diens moeder Mammaea bleef de Kerk gespaard voor een algemene vervolging. Maar haatdragende bestuurders werkten nu met indirecte beschuldigingen. Ook tegen Urbanus was zulk een beschuldiging ingebracht. Met twee priesters en drie diakens zocht hij een schuilplaats in de catacomben, maar zijn verblijf werd ontdekt en Urbanus werd voor de prefect gebracht. De beschuldiging luidde dat hij een opstand had georganiseerd en daardoor de oorzaak was van het martelaarschap tijdens de vorige regering. “vijfduizend slachtoffers zijn er gevallen in de vervolging, en jij, ellendeling, was de oorzaak van hun vernietiging”, slingerde de prefect hem in het gelaat. Een volgende beschuldiging was dat hij de rijke bezittingen van Cecilia in ontvangst genomen had voordat ze geconfiskeerd konden worden door de staat, zoals in haar vonnis gelast zou worden. En er werd gelast dat Urbanus die terstond moest inleveren. Deze antwoordde daarop dat alles reeds uitgedeeld was aan de armen.
Daarop werd hij hevig geslagen en in de gevangenis geworpen. Daar bekeerde hij op de 18e mei zijn gevangenbewaarder Anulinus. Een week later werd Urbanus omgebracht met het zwaard.

De heilige Aldhelm, 640-709, bisschop van Sherborne. Hij was afkomstig uit Wessex en werd opgevoed in het klooster van Canterbury, onder de heilige Adriaan en Theodoor uit Griekenland. Hij dwong de bewondering van zijn leraren af door de snelle vorderingen die hij maakte in de studie van het Latijn en Grieks. Op rijpere leeftijd keerde hij terug naar Wessex, en hij sloot zich aan bij een nederzetting van geleerden, die daar een monastiek leven leidden, in het tegenwoordige Malmesbury. Hij werd daar een van de bekendste leraren, eigenlijk de eerste echte engelse geleerde, en zijn roem trok geleerden aan uit Frankrijk en Schotland.
Aldhelm sprak en las niet alleen vloeiend Grieks en Latijn‚ maar hij las ook het Oude Testament in het Hebreeuws. Door de groei van de gemeenschap kwam er behoefte aan vastere regels, en in 683 werd de gemeenschap ingewijd als een erkend klooster, met Aldhelm als abt. Dit centrum van geleerdheid en vroomheid ontving vele giften, en er werden stichtingen gedaan op verschillende plaatsen.
Aldhelm wordt beschouwd als de vader van de Anglo-Latijnse dichtkunst, maar hij schreef zijn verzen ook in het Angelsaksisch. Poëzie betekende in die tijd tegelijk muziek, en Aldhelm stond inderdaad bekend om zijn beheersing van de toentertijd gebruikte muziekinstrumenten. Zelfs tijdens zijn abbatiaat besteedde hij daar zijn vrije ogenblikken aan. Deze gave gebruikte hij ook om de opmerkzaamheid te trekken van het gewone volk, dat tijdens zijn preken de kerk verliet. Aldhelm stelde zich dan op bij de brug van het dorp en begon met het ten gehore brengen van geliefde balladen. Er verzamelde zich dan een hele menigte, en langzamerhand vlocht hij liederen in met een meer serieus karakter, tot zij vol belangstelling bleven luisteren naar echt godsdienstige poëzie. Zo slaagde hij erin hun een idee te geven van wat godsdienst werkelijk betekent, wat door het houden van boetepreken nooit gelukt was, in de hoop door het winnen van de oren der mensen ook toegang te krijgen tot hun hart.
Op verzoek van paus Sergios l bezocht hij deze in Rome. ln 705 werd hij bisschop gewijd van Sherborne‚ terwijl hij tegelijk abt bleef van zijn klooster. Hij heeft zijn diocees nog 4 jaar bestuurd, tot hij stierf op deze dag in 709, terwijI hij op reis was in zijn bisdom. De verhandelingen die van hem bewaard zijn gebleven, maken in onze tijd niet veel indruk meer door het pompeuze taalgebruik van die periode: de vele latijnse woordspelingen maken het voor ons onverstaanbaar. Van zijn engelse geschriften is niets bewaard gebleven. Zijn naam wordt wel verwisseld met die van de heilige Alban.

De heilge martelaren, de 22-jarige Pasikrates en de acht jaar oudere Valentinos, twee christen soldaten uit Bulgarije. Zij werden aangebracht als leden van een verboden sekte en voor de praetor gebracht.
De broer van Pasikrates kwam wenend bij hem en smeekte hem toch toe te geven aan de wens van de magistraat en de afgoden te vereren. Als antwoord ging Pasikrates naar het altaar van Jupiter waarvoor een vuur brandde. Hij stak zijn hand in de gloeiende kolen en zei: “Je ziet hoe mijn sterflijk vlees verteerd wordt in dit vuur, maar mijn ziel is vrij en kan niet geraakt worden door wat voor foltering de mensen ook kunnen uitdenken: mijn ziel is iets blijvende, bestemd voor onsterflijk leven”. Toen werden beide martelaren veroordeeld om onthoofd te worden met de bijl. Hun gedachtenis wordt ook gevierd op 24 april.

De heilige Bonifacius IV‚ paus van Rome. Hij kwam uit Marseille, was zoon van een arts, maar hij is vooral bekend geworden doordat hij het heidense Pantheon, de tempel toegewijd aan alle goden van de romeinse wereld, heeft leeggehaald en heeft toegewijd aan de heilige Maagd Maria en alle martelaren, op 15 september 608. Zijn eigen woning bouwde hij om tot een klooster. Ook riep hij alle bisschoppen van ltalië bijeen voor een Synode om de oude kerkelijke discipline weer in ere te herstellen. Bonifacius is gestorven in 615.

De heilige martelaren Julios, Markianos, Nikanor en anderen. Zij waren romeinse soldaten en leden voor Christus in 302. Julios zei voor de rechtbank: “26 jaar heb ik trouw de keizer gediend, en dat is toch niet zo belangrijk als het dienen van de Koning van het Hemelrijk. Hoe zou ik tegenover Hem minder trouw kunnen zijn?”
Toen Nikanor voorgeleid werd, riep zijn vrouw hem toe om moedig voor Christus te sterven. De rechter brulde: “Stom oud wijf, zit je soms achter een andere man aan?” Zij antwoordde: “Als u dat van me denkt, laat men mij dan maar doden nog vóór mijn man”.
Toen Markianos wachtte op de terechtstelling, bracht zijn vrouw hem hun zoontje in haar armen. Markianos kuste het jongetje en bad: “Almachtige God, draag zorg voor hem”. Toen werden allen samen ter dood gebracht.

De heilige Injuriosus en zijn vrouw Scholastica. Hun geschiedenis klinkt als een middeleeuwse ballade. Na het bruiloftsfeest vond hij haar schreiend op bed in het bruidsvertrek. Op zijn vraag wat er aan scheelde, zei ze aarzelend dat ze zich geheel gelukkig gevoeld had als eenvoudig meisje, maar dat ze ineenkromp voor de zorgen en verplichtingen van haar nieuwe staat. En ze smeekte hem een beminde broer voor haar te zijn in plaats van een echtgenoot. Hij legde toen de belofte af dat hij dit zou doen.
Nadat zij vele jaren zo samen hadden geleefd, stierf Scholastica, tegen het jaar 500. Zij werd begraven in de kerk, en eer het graf gesloten werd, zag Injuriosus haar voor de laatste maal in het gelaat, hief de handen ten hemel en zei: “lk dank U, eeuwige Vader, dat Gij mij deze kostbare schat hadt toevertrouwd. Nu geef ik haar aan U terug, even rein als toen zij bij mij kwam”. En allen die in het graf keken, zagen hoe de gestorven maagd glimlachte. Toen werd het graf gesloten en Injuriosus ging naar huis, bedroefd zwijgend, met een gebroken hart.
Na enkele dagen was ook hij gestorven. Hij werd begraven aan de andere kant van de kerk. Het was reeds avond, de kerk werd gesloten, de volgende dag zou de gedenksteen op het graf gemetseld worden. Maar toen bleek het lichaam verdwenen. Men ging op zoek en vond het tenslotte in het graf van Scholastica. Hij lag met gekruiste armen naast het andere lichaam. ln Auvergne heten ze daarom: ‘De twee gelieven’.

De Drie Maria’s‚ uit de eerste eeuw. Hun feest wordt gevierd in de Camarque, monding van de Rhone, en betreft Maria Magdalena, Maria van Kleopas, en Maria, de moeder van Jakobos. Zij zouden samen met Lazaros uit Palestina verdreven zijn en toen vanuit Marseille in de Provence het evangelie gepredikt hebben.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Celestinus; en Maximus (Mauxe) en Venerandus, te Evreux in Normandie, 4e eeuw.

Eveneens op deze dag de heilige Dodo, prins van Georgie; Olbianos, een monnik; Warlaam (Barlaam) Chutinsky, gestorven in 1192 (zie 6 november); Leo, bisschop van Troyes; Zenobius, bisschop van Florence; en Lyé, abt te Mentenay, 550.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Datum:
25 mei
Evenement Categorie: