Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

21 mei

De heilige Konstantijn, keizer van het Romeinse Rijk, de Apostelgelijke, met zijn moeder Helena Hij was de zoon van de romeinse keizer Konstantios Chloros, en na diens dood werd Konstantijn door het romeinse legioen tot keizer uitgeroepen in Engeland, in York. Hij was een militair bevelhebber met grote kwaliteiten. Groot, knap, breed gebouwd, met een doordringende blik doch een zachte stem. Met geweldige energie wierp hij zich op elke zaak die hij onder handen had.
ln 312 trok hij op naar Rome om te strijden tegen zijn mede-keizer en rivaal, de tirannieke Maxentius. Daar had hij het beroemde visioen van het vlammend kruis aan de middaghemel, met de woorden: “In dit teken, overwin!” terwijl in de nacht Christus hem verscheen met het Kruis als krijgsbanier. Inderdaad behaalde hij de overwinning en doordat hij in de Oriënt de wrede christenvervolger Likinios had overwonnen, maakte hij een eind aan de vervolgingen. In 313 riep hij het christendom uit tot staatsgodsdienst, en zelf bekeerde hij zich rond 323.
Hij stelde levendig belang in theologische kwesties; hij riep in 325 het eerste Oecumenische Concilie bijeen in Nicea, waaraan hij zelf actief deelnam, ook bij de diepzinnigste kwesties; hij hield preken welke zijn gehoor verrukten; hij propageerde het christendom op elk gebied, maar was zelf nog niet gedoopt. Pas toen hij zwaar ziek was en bijna op zijn sterfbed, in 337, liet hij zich dopen. Daarvan bestaat een uitvoerig verslag. In de kerk van Helenopolis, waar hij tevergeefs genezing had gezocht in de beroemde warme bronnen, knielde hij vol eerbied neer om zich door handoplegging te laten inschrijven als katechumeen. Daarna ging hij naar een paleis in de voorstad van Nikomedië, waar hij de bisschoppen bij zich riep. Onder hen bevond zich de beroemde ariaanse bisschop Eusebios van Nikomedië. Konstantijn zei dat hij altijd gehoopt had eens gedoopt te kunnen worden in de Jordaan; maar nu God het anders beslist had, wilde hij de doop zonder verder uitstel ontvangen. Nu werd het koninklijk purper van hem afgenomen; hij was daaronder gehuld in stralend witte kleding. Ook zijn bed was geheel wit opgemaakt, zodat hij in zijn witte doopkleed op een wit sterfbed zou liggen, in afwachting van het einde.
En hoewel hij zich door de ariaanse Eusebios had laten dopen, stelde hij toch een daad van uiteindelijke rechtvaardigheid door, ondanks de tegenwerpingen van Eusebios, bevel te geven diens felste tegenstander, de grote Athanasios, uit de ballingschap terug te roepen. ln de middag van Pinksteren, de 22e mei van het jaar 337, is Konstantijn gestorven, in zijn 64e levensjaar. Zijn lichaam werd in een gouden kist gelegd, en, geëscorteerd door het gehele leger, naar Konstantinopel vervoerd. Daar bleef het drie maanden liggen in het paleis, omringd door brandende lampen en een voortdurende erewacht.
De heilige Helena is rond het jaar 247 geboren. Zij was groot in barmhartigheid en ijver voor Gods Kerk. Op hoge leeftijd trok zij nog naar Jeruzalem en vond daar in 326 het Kostbaar Kruis. Zij bouwde een kerk op de Olijfberg en stierf het volgend jaar, 80 jaar oud.

De heilige martelaren Konstantijn, Prins van Murom, kleinzoon van de heilige Wladimir, en zijn zonen Michaël en Theodoros. Hij wilde de stad Murom bekeren en trok er heen met zijn gezin, de geestelijkheid en het leger. Om de bewoners over te halen het christendom vrijwillig aan te nemen, zond hij zijn zoon Michaël vooruit. ln Iichtzinnige opgewondenheid doodden de inwoners deze afgezant en maakten zich gereed voor de strijd. Maar toen zij de werkelijkheid van die stellig uiterst verbitterde slag onder ogen zagen, kwamen ze tot bezinning. Zij vernederden zich en beloofden Konstantijn onvoorwaardelijk op te nemen.
Deze bouwde toen een kerk op de plaats waar Michaël vermoord was, en bracht, samen met Theodoros, de bevolking langs geleidelijke weg tot het christendom. Tenslotte liet heel de bevolking zich plechtig dopen, zoals dat ook in Kiev was gebeurd. Konstantijn is gestorven in 1129.

De heilige Kassianos de Griek, wonderdoener van Uglitz. Hij was een Griek van geboorte, met de naam Konstantijn, uit een vorstelijk geslacht in de buurt van de Krim. ln 1473 kwam hij met een gezantschap in Rusland, en uitte de wens daar te mogen blijven. Hem werd een hoge positie aan het hof aangeboden, maar hij trad als Bojaar in dienst bij de aartsbisschop van Rostov, Joasaf. Toen deze in 1488 in de rust ging en zijn intrek in een klooster nam, volgde Konstantijn hem en werd monnik met de naam Kassianos. Later stichtte hij zelf een klooster in de omgeving van Uglitz, en daar is hij gestorven, in 1504.

De heilige martelaar Pachomios uit Klein-Rusland was als jongen door de Tataren gevangen genomen en als slaaf aan een Turk verkocht. Hij leefde 27 jaar in slavernij in Klein-Azië, nadat hij met geweld tot moslim was gemaakt. Toen hij eindelijk vrijkwam, trok hij naar de Athos, waar hij twaalf jaar leefde bij het Paulos-klooster. Toen kreeg hij zegen om te lijden voor Christus. In zijn monniksgewaad ging hij naar zijn vroegere eigenaar om te laten zien dat hij weer christen geworden was. Hij werd gefolterd, gevangen gehouden en tenslotte onthoofd op Hemelvaart, 8 mei 1730. Door zijn bloed en zijn relieken kwamen veel wonderbare genezingen tot stand.

De heilige Basilios (Wasili), bisschop van Rjazan en Murom. Het was de zware tijd van de veelvuldige tataarse invallen en moordpartijen. Basilios brachtde naar alle kanten gevluchte bewoners weer bij elkaar en trachtte hun vertrouwen bij te brengen op de hulp van God. Hij was een ware goede herder, wijs en waakzaam, barmhartig en liefdevol, een rots van reinheid en een voorbeeld in gebed en onthouding. En toch gaven de mensen met graagte gehoor aan gekke lasterpraatjes. De menigte stroomde samen om hun bisschop de stad uit te jagen of zelfs te doden.
Maar Basilios sprak hen kalmerend toe: “Vaders, broeders, geef me een beetje tijd tot morgen het Derde Uur”. De stemming verzachtte een weinig, men stemde toe en keerde naar huis terug. De heilige bleef heel de nacht bidden in de kerk, deed een grote Vigilie en celebreerde de volgende ochtend de heilige Liturgie. Daarna hield hij een Moleben bij de vereerde ikoon van de heilige Moeder Gods van de verkondiging, nam deze mee en ging naar de oever van de Oka. Daar spreidde hij zijn mantel uit op het water, stapte erop met de ikoon in de hand, en zeilde zo stroomopwaarts en verliet Murom voor altijd.
Vol verbazing zag het volk wat er gebeurde, viel op de knieën en riep wenend: “O heilige wladyka Wasili, vergeef ons, zondaars! We hebben gezondigd tegen u, onze heilige vader en wladyka; ver- geet ons, uw dienaren niet.” “Maar de heilige Basilios werd weggenomen van het volk van Murom in een oogwenk”.
ln het verderop gelegen Rjazan was de bevolking juist in de kerk bijeen. De diaken kwam uit het altaar om te roepen: Laat ons aandachtig zijn, toen hij de bisschop zag‚ en vol geestdrift riep hij uit: “Zegen,Wladyka”. En tot het volk riep hij: “Daar komt W|adyka, ga hem tegemoet!” “En heel het volk haastte zich naar de oever van de Oka en zij zagen hoe de bisschop kwam aanzeilen, staande op zijn mantel, met de Moeder Gods-ikoon opgeheven in zijn handen. En zij ontvingen hem met grote vreugde. De Groothertog Oleg van Rjazan haalde hem af met het Kruis.”
Maar ook hier duurde het niet lang want in 1288 vielen de Tataren binnen op een strafexpeditie: heel Rjazan met alle kerken werd verwoest. Opnieuw moest de heilige bisschop vluchten over de Oka‚ en hij stichtte zijn laatste bisschopszetel in Perejaslav. ln 1295 is de heilige Basilios gestorven.

De heilige martelaar Agapitos was monnik in Solowisjegodsk en stichtte een klooster in de streek van Totma. ln 1558 werd hij door de bewoners van het dorp gedood nadat hij van de tsaar een stuk land had gekregen om er een molen te bouwen. In deze molen werd hij overvallen en gedood. De oorzaak lag in de steeds toenemende groei van de grote kloosters, waarbij de vroeger zelfstandige boeren in een toestand van afhankelijkheid en slavernij kwamen. Zij zagen de op zoveel plaatsen opduikende kluizenaars als voorboden van een kloosterinvasie, zoals ook inderdaad vaak gebeurde, en beschouwden hen als vijanden. Dit heeft een aantal malen tot moord geleid.

De heilige Hospitius (Sospice), kluizenaar in de Provence, die zich ingesloten had in de bouwval van een oude toren, niet ver van Nimes. Onder zijn haren boetekleed droeg hij zware ijzeren kettingen, en hij leefde uitsluitend van brood en dadels. ln de Grote Vasten at hij een bepaald soort wortels die kooplieden meebrachten uit Egypte, om zich zo dicht mogelijk aan te sluiten bij het leven van de oude Woestijnvaders.
God verleende hem de gave van wonderen, en Hospitius voorzegde de ontzettende verwoestingen die de Lombarden zouden aanrichten in Gallië. Toen deze barbaren bij zijn toren verschenen en zich van hem meester maakten, zagen ze de kettingen waarmee hij geboeid was, en ze hielden hem voor een opgesloten misdadiger. En toen de heilige toegaf dat hij een slecht mens was, die niet waard was te leven, wilde een van de soldaten hem wel helpen en met een sabel op zijn hoofd inhakken. Maar hij werd door een onzichtbare macht weerhouden en zijn arm verstijfde zodat hij die niet meer kon gebruiken tot Hospitius hem met een kruisteken bevrijdde. De ander was daar zo van onder de indruk dat hij monnik werd en levenslang in de nabijheid van de heilige verbleef.
Toen Hospitius zijn einde voelde naderen, liet hij de kettingen van zijn lichaam afnemen, en hij bleef lange tijd bidden, neergebogen ter aarde. Daarna legde hij zich neer op een bank en ontsliep rustig, 21 mei 681.

De lkoon van de heilige Moeder Gods van Vladimir. Volgens de overlevering werd deze geschilderd door de evangelist Lukas die in zijn Evangelie het uitvoerigst over de Moeder Gods heeft geschreven. ln het jaar 450 werd deze lkoon door keizer Theodosios uit Jeruzalem naar Konstantinopel gebracht. Van daaruit rond 1100 naar Kiev, in 1155 naar Bogoljoebov, in 1160 naar Wladimir, en tenslotte in 1395 naar Moskou. Daar vond de lkoon zijn definitieve plaats op de ikonostase van de Ontslapingskathedraal, totdat die met de communistische revolutie naar het Tretjakov-museum werd overgebracht. Allerlei feiten uit de russische geschiedenis zijn met deze ikoon verbonden, zodat er verschillende gedachtenisfeesten worden gevierd.

De heilige priester Secundus en zijn medemartelaren werden gedood door de ariaanse bisschop van Alexandrië, onder keizer Konstantios, tijdens de celebratie van het Pinksterfeest. De christenen waren bijeen op een plek achter het kerkhof, omdat zij niet de heilige Communie wilden ontvangen uit de hand van de ariaanse bisschop, die de Godheid van Christus loochende. Deze drong er bij de gouverneur op aan zijn soldaten er op af te sturen om ze te straffen. De bijeenkomst werd omsingeld, de soldaten drongen naar voren en doodden de priester Secundus en een aantal aanwezigen.
Van de overige aanwezigen werden sommigen rug aan rug aan elkaar gebonden en zo doodgeranseld. Andere overlevenden werden verbannen naar de Grote Oase, in 356.
Vervolgens werden alle orthodoxe geestelijken uit de stad verbannen; de monialen werden bloedig gegeseld; de gelovigen werden uit hun huizen gezet en buiten de stad gejaagd. De vervolging breidde zich uit over geheel Egypte en Lybië. Alle kerken werden onteigend en overgedragen aan de Arianen. Alle orthodoxe bisschoppen werden gevangen gezet; de priesters en monniken werden geketend in ballingschap gezonden. Velen stierven, opgejaagd door de gloeiende woestijn.

De heilige Godrick (Gorry)‚ kluizenaar in Engeland. Hij was afkomstig uit een arme en onbetekenende familie, en trok met garen en band door de dorpen om zijn levensonderhoud te verdienen. Dit lukte hem zo goed dat hij langzamerhand zijn handel uitbreidde en naar verschillende steden en jaarmarkten trok.
Op een van zijn reizen kwam hij terecht op het eiland Lindisfarne‚ en hij kwam diep onder de indruk van het leven dat de monniken daar leidden. Vooral ook door wat hij hoorde over de heilige Cuthbert. Hij viel neer op de knieën en onder tranen smeekte hij God om de genade die heilige te mogen navolgen.
Hij brak geheel met zijn vorige levenswijze en deed afstand van alle aards bezit. Hij begon met op pelgrimstocht te gaan naar Jeruzalem, en op de terugweg ging hij langs Compostella, de grote bedevaartsplaats. ln volgende jaren maakte hij nog andere tochten. Daarna vond hij in Engeland een metgezel die geruime tijd in een klooster had geleefd, en samen begonnen zij een kluizenaarsleven in een woeste streek ten noorden van Carlisle. Twee jaar leefden zij zo samen, God lovend bij dag en bij nacht, tot deze Godwn stierf.
Na weer een grote pelgrimage vestigde Godrick zich nu in een tot de abdij van Durham behorende kluis. Een steeds groter deel van zijn tijd besteedde hij aan het gebed; de Psalmen, die hij alle uit het hoofd kende, waren voortdurend op zijn lippen, evenals vele andere gebeden. De nacht duurde hem nooit lang genoeg, zozeer was hij vervuld van de behoefte om met gloeiende liefde te spreken met God. Wel ontving hij enkele dagen per week bezoekers die hem kwamen raadplegen. Over zichzelf sprak hij altijd in de meest afkeurende bewoordingen. Hij werd door allerlei ziekten bezocht en zijn lichaam teerde uit tot bijna een skelet. Maar zijn gelaat straalde een wonderlijke waardigheid uit, en tegelijk een beminnelijke zachtheid. Zo stierf hij in de ouderdom van 63 jaar. Zijn graf werd door wonderen verheerlijkt

De heilige lsberta (Gisela), de zuster van Karel de Grote. Zij stichtte een klooster op de heuvel van Sint Pieter bij Aire, dicht bij het paleis van haar vader, Pepijn de Korte. Daar leefde zij tot aan de dag van haar dood, rond het einde van de achtste eeuw.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren, de diakens Timotheos, Polios en Eutychios te Algiers, die gezamenlijk het Evangelie hadden verkondigd; de bisschop Valens met drie jongens; Synesius en TheopompusSecundinus te Cordova in Spanje; Nikostratos en Antiochos, legeroversten te Caesarea, met nog andere krijgslieden ter dood gebracht; en Polyeuktos, Viktorios en Donatos‚ te Caesarea in Kappadocië.

Eveneens op deze dag de heilige Sisberga, abdis te Arras, 9e eeuw.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Datum:
21 mei
Evenement Categorie: