Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

19 mei

De heilige martelaren Patrikios, bisschop van Prusa (of Brussa) in Bythinië. Hij werd in een hete bron geworpen maar bleef ongedeerd. Toen werd hij met drie priesters, Akakios, Menander en Polyenos, onthoofd onder Juliaan, 362. Hij wordt aangeroepen om de hete hartstocht te overwinnen.

De heilige Kornelios Komelski, de Wonderdoener, was Bojaar geweest aan het hof van Wasilios de Blinde, maar werd monnik in het Witte Meer-klooster. Later trok hij rond als pelgrim tot hij zich neerliet in het Komelski-woud. Hij werd priester gewijd en leefde 19 jaar in eenzaamheid. Hij was reeds 60 jaar toen hij een kerk met een klooster bouwde.
Maar nadat dit tot bloei gekomen was, greep hem weer de dorst naar de eenzaamheid, en Kornelios trok weg met zijn leerling Gennadios, en bouwde een cel aan het Soera-meer. Op het smeken van de broeders keerde hij naar Komelski terug. Daar verrichtte hij het zware werk van het rooien van een perceel woud en het bewerken ervan tot akkergrond, opdat de broeders niet alleen zelf brood zouden hebben, maar ook zouden kunnen wegschenken aan de behoeftigen.
In zijn toespraken kwam hij telkens weer terug op de twee grootste geboden: de liefde tot God en de liefde voor de naaste. Hij was bijzonder vrijgevig voor de armen, en het tijdens een hongersnood duur ingekochte graan deelde hij uit aan ieder die in nood was. De armoede was in die tijd zo groot dat ouders vaak hun kleine kinderen achterlieten bij de kloostermuur, omdat ze wisten dat de kleinen daar in elk geval goed verzorgd zouden worden. Kornelios is gestorven in 1537.

De heilige Joannes, bisschop van de Gothen in het gebied van de Krim, was door zijn ouders vanaf zijn geboorte aan God toegewijd. In 754 werd hij door de christen-Gothen van de Krim tot bisschop gekozen, en in lberië gewijd. Op de thuisreis werd hij gevangen genomen maar weer vrijgekocht. Hij vestigde zich te Amastrida en vervulde gedurende vier jaar onder grote moeilijkheden het bisschopsambt. Joannes is gestorven in 758.

De heilige Dimitri Ioannowitsj Donskoi, Grootprins van Wladimir en Moskou. Hij was een tijdgenoot van de heilige Sergios van Radonesj en leefde van 1350 tot 1389. Voor hem werd de ikoon van de heilige Drie-eenheid het symbool van de eenheid van Rusland. Zijn roeping was om te strijden tegen de zichtbare vijand die de Kerk vervolgde en Rusland onderdrukte: de tataarse horde. Algemeen was het gevoelen dat dit voor menselijke kracht onmogelijk was, en prins Dimitri werd gezien als het werktuig van de goddelijke bijstand.
De ouders van Dimitri waren vrome christenen. De heilige metropoliet Alexis, die een bijna hesychastische vroomheid paarde aan groot staatkundig inzicht, was een vriend van zijn vader, en ook Dimitri kwam veel met hem in aanraking. Hij was een ernstige jongen die zich aangetrokken voelde door mensen met een innerlijke diepgang. Na de dood van Dimitri’s vader was metropoliet Alexis praktisch de beheerder van het vorstendom, en zijn invloed op de toen negenjarige jongen was uiteraard diep ingrijpend. De moeilijke familieverhoudingen en de strijd om de troon vormden voor Dimitri het oefenterrein om te groeien in staatsmanschap.
In 1375 wist hij een einde te maken aan de voortdurende twist met het prinsdom Twer over de opperheerschappij. Moskou nam toe in aanzien en de eerste stappen werden gezet naar de heerschappij over het gehele russische land. Bijzonder in die tijd was dat Dimitri de overwonnen steden niet verwoestte maar tot bondgenoten zocht te maken. Zijn ideaal was niet het oosterse despotisme dat door de horde werd uitgeoefend, en dat door veel russische vorsten in hun eigen gebied werd nagevolgd, maar een broederbond van russische landen, verenigd in onderlinge waardering en inschikkelijkheid. Het hoogste en ideale model daarvan was de heilige Drie-eenheid, een ideaal dat leefde in zijn hart ln samenwerking met de heilige Sergios van Radonesj werkte Dimitri aan de geestelijke opbouw van het land, door zelf een heilig leven te leiden, door het bevorderen van het onderricht en het stichten van kloosters. Deze werden meestal toegewijd aan de Heilige Drie-eenheid of aan de heilige Moeder Gods. Daarnaast kwam het geweldige bouwwerk van het Kremlin tot stand.
Dit alles werd begeleid door een opbloei van de economie in produktie en handel. Tegelijk toonde de tot dan toe onoverwinnelijke horde tekenen van zwakte. Er was een voortdurende strijd om de opperheerschappij, en de mongools-tataarse staat begon te splijten. De onderworpen gebieden gingen zich roeren en vormden coalities die in staat waren de tataarse aanvallen het hoofd te bieden. In 1376 had ook Moskou daaraan deel onder Dimitri’s leiding. Twee jaar later versloeg hij een groot tataars invasieleger bij de Wozha-rivier.
Dimitri zette nu alles op het bijeenbrengen van voldoende bondgenoten en troepen om het hoofd te bieden aan de te verwachten grote vergeldingsaanval. Deze kwam inderdaad, in september 1380. De khan Mamai werd bestreden, niet allereerst als veroveraar en onderdrukker, maar als heidense ikonoklast en vervolger van de christenen, die er op uit was het christen geloof uit te roeien en de heilige kerken te schenden. De strijd ging er om het heilig geloof te sterken, te bewaren. En Dimitri voegde daar nog aan toe dat hij bereid was in deze strijd de dood te ondergaan voor het geloof in Christus.
Na het feest van de Ontslaping van de heilige Moeder Gods, terwijl de troepen zich reeds verzamelden in de buurt van Moskou, trok Dimitri naar het Drie-eenheidsklooster. Na de Heilige Liturgie zegende de heilige Sergios de prins en beloofde hem de overwinning, maar dat vele orthodoxe strijders de hemelse kroon zouden verwerven. Dimitri kreeg ook twee monniken mee, in wier persoon de heilige Sergios zelf zou deel nemen aan de slag.
De vooravond van het feest van de Geboorte van de heilige Moeder Gods, trokken de russische troepen over de Don. Dimitri hield een geïnspireerde toespraak dat de tijd voor de strijd was aangebroken met het feest van de heilige Moeder Gods, de Koningin van het heelal. “Blijven we in leven, dan is het omwille van God; sterven we voor deze wereld, dan is het ook omwille van God”.
Op het Kulikovo-veld bij de Don werd slag geleverd tegen het invasieleger van 400.000 man. De slag werd geopend door de schima- monnik die met een speer op een tegenstander inrende, zodat beiden elkaar doorstaken: het offer was gebracht. Er ontstond een ontzettend gevecht “zoals er sinds de schepping der wereld niet eerder was geweest …” Soldaten stierven niet alleen maar door wapens, maar ook doordat zij letterlijk doodgedrukt werden op het overvolle slagveld. Dimitri streed in de voorste rijen en ontving menige wonde, maar hij bleef in leven. De slag werd gewonnen doordat een achtergehouden regiment met onverbruikte kracht op de vermoeide krijgslieden inhakte.
Na de slag ging Dimitri, die voortaan naar de rivier waar de overwinning bevochten was, ‘Donskoi’ zou heten, rechtstreeks naar de heilige Sergios. Talrijke panichides werden gehouden voor de gevallenen. Er werd een jaarlijkse gedachtenis ingesteld, die zich ontwikkelde tot de ‘zaterdag van de gestorven voorouders’.
Deze slag wordt beschouwd als de Geboorte van Rusland, het ontwaken van de russische geest. Van hieruit ontstond de beroemde Drie-eenheids-ikoon van Roebljov. Maar na deze overwinning kwamen ook de grote beproevingen. Nog dezelfde herfst werd Dimitri ernstig ziek. Twee jaar later kwamen de Tataren opnieuw opzetten, maar nu waren de verdedigingsmaatregelen onvoldoende. Moskou werd ingenomen, barbaars verwoest en aan het vuur prijsgegeven.
Dimitri, die was weggetrokken om hulp te zoeken, vond bij zijn terugkomst slechts de as van al wat hij had opgebouwd. Hij zorgde voor het begraven van de vele doden, en deed afstand van de troon in aanwezigheid van de heilige Sergios. ln zijn testament beval hij zijn zonen hun moeder steeds te eren. De bojaren riep hij op om de onderlinge vrede te bewaren en eerlijk hun dienst te verrichten. Dit document werd plechtig ondertekend in mei 1389.
Enkele dagen later is de Grootprins Dimitri loannowitsj gestorven, op de 19e mei.

De heilige Joannes (lwan van Wologda) van Uglitz, als monnik lgnatios. Als mogelijke troonpretendent werd hij, vanaf zijn 13e jaar, gedurende 32 jaar door zijn oom gevangen gehouden, tot aan zijn dood in 1523. Hij had in die tijd zijn monniksgeloften gedaan; en hij stierf, 45 jaar oud, in het schima.

De heilige Sergios, schimamonnik van Sjoechtom. Hij was afkomstig uit Kazan en ging op pelgrimstocht naar Palestina, dat hij geheel doorkruiste. Vervolgens leefde hij in Novgorod, ging toen naar het Solovjetski-klooster‚ en bracht de laatste jaren van zijn leven door in het Sjoechtom-klooster (provincie Novgorod). Daar is hij gestorven in 1609.

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
Hij was verder een begaafde jongeman: niet slechts een studiehoofd maar ook bekwaam in muziek, schilderen en handenarbeid, in het bijzonder edelsmeedwerk. Er is nog een door hem verlucht manuscript in het Brits Museum aanwezig.
Dunstan werd in 943 door koning Edmund l aangesteld tot abt van Glastonbury, met de opdracht het monastieke leven daar te herstellen. Dit was het begin van de wederopbloei van het monastieke leven in Engeland, dat door de voortdurende Scandinavische invallen vrijwel was uitgeroeid. Tegelijk was hij minister van de koning. Hij zette zich met sterke hand aan de kerkhervorming. De engelse priesters waren meestal getrouwd, en gebruikten hun positie in de kerk tot verbetering van hun inkomen. Dunstan begon stelselmatig alle getrouwde priesters uit de grote kerken te verdrijven en stelde monniken in hun plaats. Deze bezigheid werd door de betreffende partijen natuurlijk zeer verschillend gewaardeerd, en er is vaak felle kritiek op Dunstan geuit. Zo stond hij bij de ene koning hoog in eer, terwijl een volgende koning hem uit het land verdreef. Hij vond toen een toevluchtsoord in Vlaanderen.
In 957 werd Dunstan teruggeroepen en aangesteld tot bisschop van Worcester zowel als van Londen: anti-canoniek maar door de nood van de tijd gerechtvaardigd. Twee jaar later werd Dunstan gekozen tot aartsbisschop van Canterbury, en hij ontving te Rome het pallium uit de handen van paus Joannes Xll. Opnieuw was hij de voornaamste raadsheer van de nieuwe koning, en dank zij een goed bestuur beleefde het land een tijd van opbloei, terwijl koning Edgar gezag uitoefende over alle andere vorsten van Engeland.
Maar tegelijk bleef Dunstan zich bekommeren om de abdij van Glastonbury, die hij vaak bezocht. Hij kende niet slechts alle monniken persoonlijk, maar ook alle leerlingen van de kloosterschool. Dunstan stichtte of hervormde een aantal abdijen, waaronder Malmesbury, Westminster, Bath en Exeter. In 970 werd op een nationale synode van bisschoppen, abten en abdissen, de Regularis Concordia vastgesteld, die voor alle kloosters zou gelden. Deze behelsde in hoofdzaak de Regel van de heilige Benedictus, doch minder afgescheiden van het leven van het volk.
Dunstan was veelzijdig begaafd. Hij was niet alleen een heilige, maar ook een groot organisator, speelde harp en had een mooie zangstem. “Wanneer hij aan het Altaar zong”, zegt de kroniek, “was het of hij van aangezicht tot aangezicht met Christus sprak”. In zijn ouderdom wijdde hij zich geheel aan het lesgeven op de kloosterschool, en hij was bijzonder geliefd bij de leerlingen.
Op het feest van Hemelvaart in 988, toen hij dus 79 was, celebreerde en preekte hij met bijzondere godsvrucht. Na de zegen preekte hij nog eens en hij zei dat hij op het punt stond te sterven. Hij wees de plaats aan waar hij begraven wilde worden en stierf drie dagen later.

De heilige priester-monnik Alcuin. Geboren uit een angelsaksische adellijke familie te York, in 735, was hij van jongsaf toevertrouwd aan de Kerk en hij werd opgevoed in een klooster. Hij was een van de beste leerlingen, en ook de hogere studies doorliep hij met glans. Hij werd de metgezel van Aelbert, het hoofd van het college, bij diens reizen voor het vinden van goede boeken en het contact zoeken met vooraanstaande geleerden en onderzoekers.
Alcuin werd de opvolger van Aelbert, en onder zijn leiding groeide de reputatie van het Yorkse instituut, zodat ook velen uit het buitenland daar hun opleiding kwamen voltooien.
ln Rome was Alcuin reeds met keizer Karel de Grote in aanraking gekomen, en later vonden ermeer ontmoetingen plaats. Karel, een goed mensenkenner, zag de waarde van Alcuin en wist hem over te halen zich in Frankrijk te vestigen als adviseur van de keizer bij diens plannen met het oprichten in de verschillende landen van wat wij nu europese universiteiten zouden noemen.
ln 782 stak Alcuin, met enkele van zijn beste leerlingen, over naar het vasteland en hij werd als het ware de intellectuele eerste minister van de keizer. Gedurende de corrupte regering van de Merovingische koningen was ook de Kerk in een toestand van verval geraakt. Bisschopsplaatsen werden verkocht aan de meestbiedende, en deze bisschoppen achtten geen enkel middel te min om hun investering veelvoudig terug te winnen. Overspel, simonie, meineed en moord bedierven de geestelijkheid en ook het volk. Hetzelfde gold voor veel frankische bisschoppen in Duitsland.
Karel de Grote begon nu met het oprichten van seminaries, onder het toezicht van Alcuin. Zo kwamen er langzamerhand weer waardige priesters, en vervolgens bisschoppen. Hun werd ook de hoogste rechtsmacht in wereldlijke zaken toevertrouwd. Uit hun aantal maakte de keizer ook een keuze als speciale zendboden, die elk jaar rond moesten reizen om de gang van zaken in de verschillende bisdommen te inspecteren, terwijl de bisschoppen elk jaarlijks in hun eigen bisdom de verschillende parochies moesten visiteren. Als er moeilijkheden waren over het bestuur, dan mocht de bisschop geen rechter zijn in eigen zaak, maar met anderen als bijstand. Het hoogste gezag bleef nog bij de keizer.
Het bleek onmogelijk alle misstanden binnen een enkele generatie uit te roeien, en omdat er veel voordelen aan het bisschopsambt verbonden waren, ging de toestand weer achteruit onder de zwakkere opvolgers van Karel de Grote.
Een grote verbetering werd tot stand gebracht in de abdijen door de samenwerking van Karel en Alcuin. Er werd nadruk gelegd op de noodzaak van studie, en zo werden vooral Sankt Gallen, Fulda en Corbey brandpunten van wetenschap. Aan het hof werd Alcuin omringd door de meest geleerde en verlichte geesten van zijn tijd, een ware ‘denktank’ voor het bestuur van de hem zo welgezinde keizer Karel.
Maar al verbleef Alcuin meestal in Frankrijk, hij leefde toch ten zeerste mee met wat er in zijn vaderland gebeurde. Hij onderhield een uitgebreide briefwisseling, en ook in zijn poëzie is duidelijk te zien hoe de rampspoeden die Engeland treffen, hem ter harte gaan.
ln een beroemde brief doet Alcuin de keizer aanbevelingen hoe om te gaan met de in 796 door Karel tenslotte overwonnen Saksen en Hunnen, en op welke wijze het christendom het best tot hen gebracht kan worden: door mildheid te laten gelden in plaats van harde maatregelen; de missionarissen met zorg te kiezen; niet beginnen met zware belastingen op te leggen, want dat schept verbittering.
Alcuin was toen zestig jaar en wilde zich uit het openbare leven terugtrekken. De keizer wilde hem echter zo dicht mogelijk in de buurt houden, en maakte hem abt in de zojuist vrijgekomen abdij van de heilige Martinus te Tours, waarbij hij steeds zolang in het klooster kon blijven als hij zelf wilde. Hij kwam hij maar weinig naar buiten, maar de keizer raadpleegde hem geregeld. Ook hier kwam onder zijn leiding de kloosterschool tot grote bloei en enkele van de grootste geleerden van de volgende eeuw zijn van hier afkomstig.
Alcuin is gestorven in Tours op Pinksteren, 19 mei 804, en werd met grote praal begraven in de abdij. In het lyceum van Bamberg bevindt zich een door hem voor keizer Karel geschreven Bijbel.
Naast al zijn verdiensten kleeft er vanuit orthodox standpunt een zware smet op zijn werk. Hij is het immers die Karel de Grote heeft geadviseerd er bij de paus op aan te dringen het “filioque” in de geloofsbelijdenis op te nemen; en dit werd een van de belangrijkste oorzaken van de onheilvolle afscheiding tussen de Kerk van het Westen en de Orthodoxe Kerk.

De heilige Pudens, een romeins senator, en zijn vrouw Pudentia. Hij is waarschijnlijk bekeerd door de heilige Paulos, want deze noemt hem als zijn leerling in de tweede brief aan Timotheos. Zij gaven rijke aalmoezen aan de armen, zij wisten door te dringen in de gevangenissen om de gemartelden te verzorgen, en hun paleis werd gebruikt voor het vieren van de heilige Mysteriën. Zij leefden waarschijnlijk tot in de tweede eeuw.

De heilige Pudentiana was een dochter van de heilige Pudens en zuster van de heilige Praxedes. Haar kerk is de oudste kerk in Rome, en de oudste bekende kerk. Deze kerk was oorspronkelijk het huis van de senator Pudens, de plaats waar de heilige Petros heeft gewoond en de heilige Mysteriën heeft gevierd.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Akolouthos (Kalouthos, Kalouf), monnik uit de Thebaïde, verbrand onder Maximiaan, 284-303; Kyriaka en Theotima, met nog vier anderen, onder Maximiaan, te Nikomedië; Philoterus, zoon van de proconsul, onder Diokletiaan gemarteld en gedood in Nikomedië; en Calocerus en Parthenius‚ hofbeambten van keizer Decius, onder wrede folteringen ter dood gebracht.

Eveneens op deze dag de heilige Kornelios, hegoumen van het Paleostrov- en Olonjets-klooster, 15e eeuw; lvo, priester-belijder in Bretagne, de toegewijde beschermer van weduwen, wezen en armen; en Hidulfus, bisschop van Arras, 728.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Datum:
19 mei
Evenement Categorie: