Heiligen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Heiligen van de dag

28 april

De heilige Patrikios, bisschop van Prussa in Bithynië, een stad beroemd door de hete bronnen van kokend water dat uit de aarde opwelde. Patrikios werd daarin geworpen, maar toen hij geen schade leed werd hij onthoofd, samen met de priesters Akakios, Menandros en Poliënos, op 10 mei. Het jaar is onbekend.

De heilige Jason uit Tarsos en Sosipatros uit Achaja, apostelen uit de 70, en bloedverwanten van de heilige Paulos (Rom. 16:21).
Jason werd door hem tot bisschop van Tarsos aangesteld, Sosipatros tot bisschop van lkonië, waar hij de kerk van Korfu stichtte.
Zij hadden elkander opgezocht en werden toen gevangen genomen en bleven lange tijd in hechtenis. Gaandeweg kwamen verschillende gevangenen, uit een roversbende onder de indruk van hun vurig geloof. Enkelen van hen raakten geheel overtuigd en lieten zich dopen: Satorninos, Jakischolos‚ Faustinianos‚ Januarios, Eufrasios, Marsalios en Mammios; zij werden allen wreed ter dood gebracht.
Ook Kerkyra, de dochter van de stadhouder was tot Christus gekomen en werd gedood, maar later kreeg haar vader wroeging en hij bekeerde zich eveneens.
Zenon, Eusebios, Neon en Vitalis waren andere bekeerlingen van de beide apostelen, die eveneens ter dood zijn gebracht.

De heilige Dada, Maximos en Quinctilianos werden in Dorostolon (Bulgarije) gevangen genomen tijdens de vervolging in het tweede regeringsjaar van Diokletiaan. Zij werden voor de proconsuls Tarquinius en Gabinus gebracht. De akten van dit proces zijn bewaard gebleven en luiden als volgt:
Tarquinius: “Zijn dit de kerels die ons mandaat hebben geminacht om hun eigen godsdienstige grillen te volgen?” Toen wendde hij zich tot hen: “Begin met jullie namen op te geven”,
Maximos: “ln overeenstemming met het christen-geloof word ik christen genoemd en de anderen mijn broeders; volgens de mensen heet ik Maximos.”
T.: “Je antwoordt zoals te verwachten valt van een priester die iemand anders dan de goden dient. En die man achter je, die mij weerstaat op dit gebied, hoe heet hij?” Deze antwoordde: “Ik ben Dada. We zijn allen één met onze broeder die het eerst geantwoord heeft”
T.: “En die derde daarachter?” Quinctilianos: “lk word Quinctilianos genoemd en ik ben christen.”
Nadat Magnilianus, de griffier, hun woorden had opgetekend, zei proconsul Gabinus: “Hebt ge al hun namen?” De griffier antwoordde: “Als uw hoogheid het beveelt, zal ik de tekst voorlezen”. De proconsul zei:
“Lees voor.” De griffier las toen hardop: “Dit zijn de namen die we hebben opgeschreven, Maximos, Dada en Quinctilianos.” Toen zei de gouverneur:
“Nu‚ heren, u bent in onze macht. Als ge in het leven wilt blijven, ga dan en offer aan de moeder der goden en wees hun priesters; en bedenk dat wanneer een van hun priesters, die aan hun moeder eer bewijst, sterft, hij dan wordt opgenomen tot de hemelse koning, de grote Jupiter, om hem te dienen.”
De heilige Maximos antwoordde: “Slechte en goddeloze mens, schrikt u er niet voor terug zulk een overspelige als Jupiter de naam van God te geven en hem de hemelse koning te noemen? Weet dan, dwazen, dat onze hemelse koning Christus is, Die alles vooruitziet en het heelal in Zijn hand draagt. Wees ervan verzekerd dat wij uw verdoemenswaardig mandaat niet zullen gehoorzamen, want wij aanbidden de God des hemels van Wie wij het maaksel zijn.”
De proconsul Gabinus riep toen Dada en Quinctilianos bij zich en stelde alles in het werk om hen tot inschikkelijkheid te bewegen. Maar zij zeiden hem: “Wij zijn het volledig eens met alles wat onze broeder Maximos zegt, want hij is lezer in de katholieke kerk; daarom kent hij de heilige Schrift goed en weet precies wat we behoren te doen.” Toen werden ze naar de gevangenis teruggebracht waar zij droomden dat een engel hun kwam vertellen dat zij zouden sterven voor Christus.
De volgende dag werden zij weer voor de proconsuls geleid. Gabinus zei: “Daar zijn jullie dus weer; ga nu offeren aan de goden, dan zullen we jullie veel eer bewijzen omdat je je schikt en de voor jullie bestemde dood ontgaat. Onze goden zijn ons vannacht verschenen om ons dit op het hart te drukken.” Maar de martelaren gaven ten antwoord: “Onze God heeft Zich verwaardigd Zich ons in onze slaap te openbaren en ons op te dragen dat we voor Hem moeten lijden.”
Toen zei Tarquinus tegen Gabinus: “Het is onmogelijk die kerels te overtuigen zonder ze te folteren.” Gabinus zei daarop: “Als zij de dood verkiezen, dan rust de schuld daarvoor op hun eigen schouders.” En hij gaf de gerechtsdienaren bevel hen op de grond vast te binden en hen af te ranselen. Dit deden ze. Toen zei Tarquinius: “Ondervraag hen om te zien of ze toegeven voordat we tot het uiterste gaan.” Doch de martelaren antwoordden met één mond: “Wij zijn gesterkt door God en trekken ons niets aan van uw folteringen; we luisteren niet naar uw raadslagen en wij offeren niet aan uw goden.”
Tarquinius de proconsul zei daarom: “Als ze niet willen gehoorzamen, stuur ze dan terug naar de gevangenis, want het is etenstijd.”
Toen de proconsuls terugkwamen op het 7e uur, beproefden zij opnieuw de drie broeders over te halen toe te geven, maar toen bleek dat zij dit niet konden bereiken, veroordeelden zij hen, tegen hun zin, om onthoofd te worden.
Dit vonnis werd ten uitvoer gebracht in hun eigen dorp Ozobia op 28 april van het jaar 287.

De heilige Kyrillos, bisschop van Turov (gouvernement Minsk)‚ was een monnik uit het Boris en Gleb-klooster van die stad, die ascese had gedaan door gedurende lange tijd op een zuil te staan. Deze zuil was in zijn geval de top van een kleine toren, hij was dus meer een recluus, met boeken bij zich, vooral de heilige Schrift, waarin hij voortdurend las. Hij schreef ook boeken over de monastieke traditie in het Oude en Nieuwe Testament. Het volk van Turov schaarde zich rond de toren en Kyrillos onderrichtte hen om een christelijk leven te leiden en zich zo te gedragen dat Gods genade in hen zichtbaar werd.
Dit licht kon niet onder de korenmaat verborgen blijven. In 1169 werd hij tot bisschop gekozen en hij bestuurde zijn kudde gedurende 20 jaar. Toen trok hij zich weer in het klooster terug om zich geheel aan het gebed te wijden. Dit werd de vruchtbaarste tijd van zijn leven. Hij was gezegend met buitengewone welsprekendheid en werd daarom de “Russische Chrysostomos” genoemd. Een aantal homilieën en gebeden van hem zijn bewaard gebleven, waaronder een boetecanon. Hij is gestorven tegen het einde van de 12e eeuw.

De heilige Afrodisios, bisschop van Beziers, met Karalippos‚ Agapios, Eusebios, Malina en nog anderen. Afrodisios zou de Egyptenaar geweest zijn die de heilige Familie op hun vlucht in zijn huis had opgenomen. Hij bleef zich voor dit gezin interesseren en zo hoorde hij later over de wonderen van Christus, Zijn kruisdood en opstanding. Hij kwam toen overhaast naar Jeruzalem, voegde zich bij het gezelschap van de apostelen en ontving samen met hen de heilige Geest op de grote Pinksterdag. Hij werd reisgezel van de heilige Petros, maar op aanwijzing van de apostel Paulos werd hij bisschop van Beziers. Daar onderging hij ook het martelaarschap, samen met de anderen. Het jaartal is onbekend.

De heilige Cronan, bisschop van Roscrea, was geboren te Munster in Ierland. Hij had beschikking over geld en invloed. Toen hij volwassen werd wilde hij de geestelijke staat omhelzen. Met zijn neef Mobai bezocht hij verschillende kloosters, zonder er lang te blijven. Vervolgens maakte hij zelf meerdere stichtingen, en in een daarvan, te Lusmag, bleef hij geruime tijd. Daarna droeg hij het bestuur over en in zijn geboortestreek bouwde hij een kluis bij het Cree-moeras. Hij kreeg naam en pelgrims kwamen hem bezoeken.
Eens kwamen er echter bezoekers uit een verder verwijderde streek. Deze verdwaalden en brachten de gehele nacht in de modder door, zonder enige beschutting. Cronan trok zich dit erg aan en hij verliet daarom zijn eenzaamheid en vestigde zich bij de eigenlijke weg. Het bezoek werd nu nog veel talrijker en hij bouwde een groot klooster, rond hetwelk op den duur de stad Roscrea ontstond. Daar bracht hij de rest van zijn leven door in gastvrijheid en vele goede werken en hij kwam steeds meer in aanzien. Hij bereikte een hoge ouderdom en stierf op deze dag in een jaar dat moet liggen tussen 619 en 626, namelijk de regeringsjaren van koning Fingan, die nog met Cronan gesproken heeft kort voor deze stierf.

De heilige Pollio was de hoofdlector van de kerk te Cibales in Pannonië en stond door zijn sterk geloof en zijn toegewijd leven hoog in aanzien bij de christenen van de stad. Hij werd gevangen genomen en aangeklaagd als de meest goddeloze van alle christenen omdat hij op de verachtelijkste manier over de goden sprak. Op de vraag van de rechter zette hij uiteen wat hij aan zijn toehoorders voorhield: dat zij slechts één God moesten vereren, de Heerser in de hemelen; dat hout en steen onmogelijk goden konden zijn; dat men een zedelijk leven moet leiden; dat de maagden de volmaaktheid moeten nastreven van hun staat; dat de gehuwden geen ontrouw mogen plegen; dat de meesters met zachtheid moeten heersen en dat de slaven hun meesters plichtsgetrouw en liefdevol moeten dienen; dat de overheden gehoorzaamd moeten worden in alles wat recht en billijk is; kortom: dat men zijn ouders moet eren, zijn vrienden dienstbaar moet zijn, zijn vijanden moet vergeven, gastvrijheid moet verlenen aan vreemdelingen, de armen moet bijstaan, alle mensen liefhebben, niemand kwaad doen, onrecht met geduld verdragen, niet gehecht zijn aan wat men bezit, niet verlangen naar wat een ander heeft; en tenslotte geloven dat een gelukzalige eeuwigheid het deel zal zijn van wie de moed opbrengt “de dood te minachten die gij kunt opleggen”.
Pollio werd toen veroordeeld om levend te worden verbrand. Dit vonnis werd ten uitvoer gelegd een mijl buiten de stad, op 27 april van het jaar 304.

De heilige Vitalis en zijn vrouw Valeria, die belijdenis hebben afgelegd ten tijde van de vervolging van Marcus Aurelius in 171. Baronius, een christen-arts te Ravenna, was ter dood veroordeeld. Bij het zien van de toebereidselen voor zijn executie verloor hij de moed en hij stond op het punt afvallig te worden. Maar Vitalis, de vader van de martelaren Gervasius en Protasius, zag het gebeuren en schreeuwde vanuit het publiek dat hij moedig moest zijn en als een man voor Christus sterven.
Toen werd Vitalis natuurlijk gearresteerd en op de pijnbank gelegd. Vervolgens werd hij in een droge put levend begraven. Valeria werd na de dood van haar man naar Milaan overgebracht. Toen zij daar weigerde om aan de afgoden geofferd vlees te eten, werd zij zo hevig geslagen dat zij twee dagen later aan de gevolgen overleed.
Tijdens de regering van keizer Justinianos werd de beroemde kerk van de heilige Vitalis te Ravenna gebouwd met de stralende mozaïeken die nog steeds een hoogtepunt vormen van deze bijzondere kunst. Deze kerk werd in 547 ingezegend door de heilige bisschop Maximianus.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Tibald uit Pannonië die ontzettende martelingen onderging onder Diokletiaan in Tsibal; de maagden Proba en Germania, ter dood gebracht in Laon, 5e eeuw; Imon (Emon), bisschop-martelaar van Noyons‚ 860; en Markos, door de heilige Petros tot bisschop gewijd voor de Campania en ter dood gebracht onder Domitiaan.

Eveneens op deze dag de heilige Prudentius, bisschop van Tarazona; Africanus, bisschop van Lyon, 5e eeuw; Arthemius, bisschop van Sens, 609; Pamphilus, bisschop van Valva, vermaard om zijn liefde voor de armen; en de monnik Auxitios.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

teksten samengesteld door archimandriet Adriaan – eeuwige gedachtenis !
illustraties door matj. Johanna – eeuwige gedachtenis !
overgenomen met toestemming van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag.

Gegevens

Datum:
28 april
Evenement Categorie: