Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit evenement is voorbij.

Lezingen van de dag

15 maart

Maandag in de eerste week van de Grote Vasten

Op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:

LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 1: 1-20

Lezing uit de profetie van Jesaja,

Visioen van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij heeft gezien over Juda en Jeruzalem tijdens de regering van Uzzia, Jotam, Achaz en Jechizkia, koningen van Juda. Hoor, hemel, en luister aarde, want de Heer heeft gesproken: Ik heb zonen verwekt en grootgebracht, maar zij hebben Mij verworpen. Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël kent Mij niet, en mijn volk begrijpt Mij niet. Wee, zondige natie, volk beladen met zonden, verdorven geslacht, wetteloze kinderen. Gij hebt de Heer verlaten en de Heilige Israëls vertoornd. Waarom wilt gij nog meer geslagen worden, dat gij voortgaat met wetteloosheid? Het gehele hoofd doet pijn, het gehele hart heeft verdriet; van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf; er zijn niets dan wonden, striemen en ontstoken kwetsuren, die niet verzorgd zijn, noch met olie verzacht, noch verbonden. Uw land is een woestenij; uw steden zijn met vuur verbrand; uw akker wordt verslonden door vreemden voor uw ogen, wordt een woestenij, door vreemde volken verwoest. En de dochter Sion zal verlaten worden, als een hut in een wijngaard, als een nachthut in een komkommerveld, als een belegerde stad. Indien de Heer der heerscharen voor ons geen zaad had overgelaten, waren wij als Sodom geworden, aan Gomorra gelijk. Hoort het woord des Heren, bestuurders van Sodom; sla acht op de wet van onze God, volk van Gomorra. Waartoe dient Mij de menigte uwer slachtoffers? zegt de Heer; oververzadigd ben Ik van de brandoffers van rammen en het vet van lammeren, en aan het bloed van stieren en bokken heb Ik geen behagen. Wanneer gij komt om voor mijn aangezicht te verschijnen – wie heeft deze dingen uit uw handen gevraagd? Gaat niet voort mijn voorhoven plat te treden. Indien gij meeloffers brengt, is het tevergeefs, wierook is Mij een gruwel; uw nieuwemaansdagen en sabbatten en hoogtijdagen verdraag Ik niet: vasten en vrije dagen en uw nieuwemaansdagen en uw feesten haat Mijn ziel: het is Mij teveel geworden, uw zonden verdraag Ik niet meer, wanneer gij uw handen naar Mij uitstrekt, zal Ik mijn ogen van u af wenden; en wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, zal Ik het niet verhoren; uw handen zijn vol bloed. Wast u, en wordt rein, neemt uw kwade daden van uw ziel weg van voor Mijn ogen; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen, zoekt het recht, helpt wie onrecht lijdt, verschaft recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak van de weduwe. Komt dan, en laat ons samen erover spreken, zegt de Heer; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. Als gij gewillig zijt en naar Mij luistert, zult gij het goede van dit land eten; maar als gij weigert en niet naar Mij wilt luisteren, zal het zwaard u verslinden, want de mond des Heren heeft het gesproken.

LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 1, 1-13

Lezing uit Genesis,

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was onzichtbaar en vormloos, en duisternis lag op de afgrond, en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God zei: Er zij licht; en er was licht. En God zag het licht, dat het goed was, en God scheidde het licht van de duisternis. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. En het werd avond en het werd morgen: dag één. En God zei: Er zij een gewelf in het midden van het water, en dit make scheiding tussen water en water. En God maakte het gewelf en Hij scheidde het water dat onder het gewelf was, van het water dat boven het gewelf was. En God noemde het gewelf hemel. En God zag dat het goed was: En het werd avond en het werd morgen: de tweede dag. En God zei: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en zo gebeurde het. De wateren onder de hemel vloeiden samen op één plaats en het droge kwam te voorschijn. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was. En God zei: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, elk naar zijn soort en vorm, vruchtbomen, die vruchten voortbrengen, welke zaad bevatten elk naar zijn soort op de aarde; en zo gebeurde het. En de aarde bracht jong groen voort, zaadgevend gewas, elk naar zijn soort en vorm, en vruchtbomen, die vruchten voortbrengen, welke zaad bevatten elk naar hun soort op de aarde. En God zag, dat het goed was. En het werd avond en het werd morgen: de derde dag.

Spreuken 1, 1-20

Lezing uit de Spreuken,

De Spreuken van Salomo, de zoon van David, die koning was in Israël, om wijsheid en onderricht te leren, om verstandige woorden te verstaan: om wendingen van woorden op te nemen, en waarachtige rechtvaardigheid te doorgronden en oprecht oordeel: om de onervarenen schranderheid te geven, en de jongeling inzicht en begrip. Want een wijze die hiernaar luistert zal wijzer worden, en een verstandige zal leiding verwerven: hij zal gelijkenissen begrijpen en duistere woorden en gezegden van wijzen en raadselen.

De vreze des Heren is het begin der wijsheid: er is goed inzicht bij allen die deze uitoefenen.

Vroomheid voor God is het begin van inzicht; de goddelozen verachten wijsheid en onderricht.

Hoor, mijn zoon, de wetten van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want gij zult een liefelijke krans voor uw hoofd ontvangen, een gouden ketting om uw hals.

Mijn zoon, laten goddelozen u niet verleiden, bewillig niet; indien zij u vragen, zeggend: Ga met ons mee, heb deel aan bloed, laten wij een rechtvaardige onrechtvaardig in de aarde verbergen, laten wij hem levend verslinden, zoals de Hades, en laten wij zijn gedachtenis van de aarde wegnemen; zijn rijke bezit zullen wij grijpen; we zullen onze huizen met buit vullen; werp jouw lot in ons midden, laten we allen één gemeenschappelijke beurs hebben, en laat er één buidel zijn.

Mijn zoon, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun paden; want hun voeten snellen naar het kwaad, en zij haasten zich om bloed te vergieten.

Want niet tevergeefs worden netten uitgespannen voor vogels.

Zij die zelf deelnemen aan moord, vergaren kwaad voor zichzelf.

Slecht is de ondergang van mannen die de wet overtreden.

Zo zijn de wegen van allen die wetteloosheid bedrijven; want in goddeloosheid nemen zij hun eigen ziel weg.

De wijsheid wordt bezongen in de straten, op de pleinen heeft zij vrijmoedigheid.

Gegevens

Datum:
15 maart
Evenement Categorie: