Lezingen van de dag

Laden Evenementen

« Alle Evenementen

Lezingen van de dag

23 april

Vrijdag in de zesde week van de Grote Vasten –

Op weekdagen in de Grote Vasten is er geen Goddelijke Liturgie, en zijn er daarmee ook geen lezingen uit de Apostel en het Evangelie vastgesteld. Wel zijn er Oud-testamentische lezingen in het zesde uur en in de Vespers:

LEZING IN HET ZESDE UUR

Jesaja 66,10-24

Lezing uit de profetie van Jesaja,

Verheug u, Jeruzalem, en houd een feest in haar, gij allen die haar liefhebt en die haar bewoont. Verheug u samen met haar met grote blijdschap, gij allen die over haar treurden, opdat gij drinkt en u laaft aan haar vertroostende borst, en wanneer gij verzadigd zijt, geniet dan van de komst van haar glorie. Want zo spreekt de Heer: Ik zal naar hen doen stromen als een rivier van vrede, en de heerlijkheid van de volkeren als een overvloeiende beek. Hun kinderen zullen op de schouders gedragen worden, en op de knieën getroost worden. Zoals een moeder iemand troost, zo zal ook Ik u troosten, en in Jeruzalem zult gij getroost worden. En gij zult het zien, en uw hart zal zich verheugen, en uw beenderen zullen opbloeien als jong groen. En de hand des Heren zal gekend worden door wie Hem vrezen, en Hij zal de ongehoorzamen bedreigen. Want zie, de Heer zal komen als vuur, en Zijn strijdwagens zullen zijn als een wervelwind, om in toorn Zijn vergelding te houden en Zijn bestraffing met vlammend vuur. Want met het vuur des Heren zal heel de aarde geoordeeld worden, en ieder vlees met Zijn zwaard. Velen zullen gewond zijn door de Heer. Zij die zich heiligen en reinigen in de tuinen en de poortgebouwen, die varkensvlees eten, afschuwwekkend gedierte en muizen, zullen tezamen weggevaagd worden. Ik ken hun werken en hun gedachten, en Ik zal komen om al de volkeren van verschillende talen te verzamelen. Zij zullen komen en zij zullen Mijn heerlijkheid zien. Ik zal een teken op hen aanbrengen, en uit hen die gered zijn, zal Ik naar de heidenen sturen, naar Tarsis, Pul, Lud, Mesek, Tubal en Griekenland en de verafgelegen kustlanden, die Mijn naam niet gehoord hebben, noch Mijn heerlijkheid hebben gezien. En zij zullen Mijn heerlijkheid verkondigen aan de volkeren en zij zullen onze broeders vanuit alle volkeren naar de heilige stad Jeruzalem brengen, als een geschenk voor de Heer, op paarden en wagens, en in huifkarren met muildieren beschermd tegen de zon, zegt de Heer, zoals de zonen van Israël hun offers naar Mij brengen in het huis des Heren, met vreugde en psalmgezang. En ook uit hen zal Ik enigen tot priesters en levieten nemen, zegt de Heer. Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik zal maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, zegt de Heer, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden dat van nieuwe maan op nieuwe maan en van sabbat op sabbat ieder vlees naar Jeruzalem zal komen om Mij te aanbidden, zegt de Heer. En wanneer zij de stad uitgaan, zullen zij de lijken zien van de mensen die van Mij afgeweken zijn, want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet gedoofd worden, en de aanblik ervan zal afschuwwekkend zijn voor alle vlees.

LEZINGEN IN DE VESPERS

Genesis 49,33-50,26

Lezing uit Genesis,

Toen Jakob klaar was met het geven van opdrachten aan zijn zonen, tilde hij zijn voeten op zijn bed en gaf de geest, en hij werd verenigd met zijn volk. En Jozef wierp zich op zijns vaders aangezicht en weende bitter over hem, en kuste hem. En Jozef gebood zijn dienaren, de begrafenisverzorgers, om zijn vader te balsemen voor de begrafenis. En de begrafenisverzorgers balsemden Israël. En dit duurde veertig dagen, want dat is het aantal dagen van de balseming. En Egypte rouwde zeventig dagen over hem. Toen de dagen van de rouw voorbij gegaan waren, sprak Jozef tot de hovelingen van Farao, zeggend: Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, spreek dan over mij ten aanhoren van Farao, zeggend: Mijn vader heeft mij voor zijn sterven laten zweren, zeggend: In het graf dat ik voor mijzelf gehouwen heb in het land Kanaän, daar moet gij mij begraven. Nu wil ik dus opgaan om mijn vader te begraven en daarna zal ik terugkomen. Zij zeiden tegen Farao wat Jozef gezegd had. En Farao zei tegen Jozef: Begraaf uw vader, zoals hij u heeft laten zweren. En Jozef ging op weg om zijn vader te begraven; en met hem trokken al de dienaren van Farao op, en de oudsten van zijn huis, en al de oudsten van het land Egypte, en heel het huis van Jozef, en zijn broers en allen van het huis van zijn vader, en zij lieten de verwanten, de schapen en de koeien achter in de landstreek Gosen. En zij trokken op met wagens en paarden, zodat de stoet geweldig groot werd. En toen zij bij de dorsvloer van Atad kwamen, die aan de overzijde van de Jordaan ligt, hielden zij een grote en zeer zware rouwklacht; en hij hield zeven dagen rouw over zijn vader. Toen de bewoners van Kanaän de rouw op de dorsvloer van Atad zagen, zeiden ze: Dit is een zware rouw van de Egyptenaren; daarom noemden ze die plaats aan de overzijde van de Jordaan: Abel-Mizraïm, wat betekent: Rouw van Egypte. En zijn zonen deden voor hun vader wat hij hun had opgedragen, en ze begroeven hem in de dubbele grafspelonk, de spelonk die Abraham als bezit om te begraven gekocht had van Efron de Hettiet, tegenover Mamre. En Jozef keerde terug naar Egypte, hij en zijn broers en allen die meegegaan waren om zijn vader te begraven. Toen de broers van Jozef inzagen dat hun vader gestorven was, zeiden ze: Misschien zal Jozef zich het kwaad herinneren en zal hij ons al het kwaad dat wij hem aangedaan hebben, willen vergelden. En zij kwamen bij Jozef en zeiden: Je vader heeft voor zijn sterven geboden: Zeg aldus tegen Jozef: Vergeef hun het onrecht en hun zonde, want zij hebben u kwaad aangedaan. Vergeef daarom nu het onrecht van de dienaren van de God van uw vader. En Jozef weende, toen zij zo tegen hem spraken. En ze gingen naar hem toe en zeiden: Zie, wij zijn uw huisslaven. En Jozef zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want ik ben van God; gij hebt kwaad tegen mij beraamd, maar Gods raadbesluit over mij keerde het ten goede, zodat alles zo gebeurde tot op heden toe, opdat een groot volk gevoed zou worden. En hij zei tegen hen: Wees niet bevreesd, ik zal u en uw gezinnen onderhouden. En hij troostte hen en sprak naar hun hart. En Jozef woonde in Egypte, hij en zijn broers en al de huisgenoten van zijn vader. En Jozef leefde honderdtien jaar. En Jozef zag de kinderen van Efraïm tot in het derde geslacht, en de zonen van Machir, de zoon van Manasse, werden grootgebracht op de knieën van Jozef. En Jozef zei tegen zijn broers: Ik ga sterven, God zal naar u omzien met Zijn beschermende blik en Hij zal u wegleiden uit dit land naar het land dat Hij beloofd heeft aan uw voorvaderen Abraham, Izaäk en Jakob. En Jozef bezwoer de zonen van Israël: Zowaar God naar u zal omzien met Zijn beschermende blik, neem mijn gebeente met u mee van hier. En Jozef stierf honderdtien jaar oud, en zij begroeven hem in een sarcofaag in Egypte.

Spreuken 31, 8-31

Lezing uit de Spreuken,

Mijn zoon, open uw mond met het woord van God, en oordeel alles eerlijk.

Open uw mond en oordeel rechtvaardig; verschaf recht aan arme en zwakke.

Een dappere vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen.

Op haar vertrouwt het hart van haar man. Het zal haar niet ontbreken aan goede inkomsten, want heel haar leven bewerkt zij goede dingen voor haar man.

Zij vindt wol en vlas en met haar handen maakt zij nuttige dingen.

Zij is als een schip dat van verre handelswaar aanvoert, zij brengt rijkdom bijeen.

Zij staat op als het nog nacht is, en ze geeft te eten aan haar huisgenoten en werk aan haar dienaressen.

Wanneer ze een stuk land gezien heeft, koopt ze het, van de opbrengst van haar handen plant ze een wijngaard.

Zij omgordt haar lendenen met kracht, zij maakt haar armen sterk.

Ze heeft ondervonden dat werken goed is, en heel de nacht gaat haar lamp niet uit.

Zij strekt haar vingers uit naar het spinnewiel, Haar handen werpen de weefspoel.

Zij opent haar handen voor de hongerige, Zij deelt van haar opbrengst uit aan de arme.

Wanneer haar man langere tijd van huis is, heeft hij geen zorgen om zijn huisgenoten, want zij zorgt voor kleding voor allen.

Zij maakt een gevoerde mantel voor haar man, haar kleding is van byssos en purper.

Haar man geniet aanzien in de poorten, En wanneer hij vergadert met de oudsten en de bewoners van de streek.

Zij maakt kleding van fijn linnen en verkoopt dit aan de Pheniciërs, en gordels aan de Kanaänieten.

Zij is bekleed met kracht en luister, en ze verheugt zich over haar latere dagen.

Zij opent haar mond met aandacht en volgens de wet, en haar tong spreekt ordentelijk.

Er wordt geen tijd verspild in haar huizen, brood van luiheid eet zij niet.

Zij heeft haar kinderen opgevoed en zij zijn rijk geworden, en haar man prijst haar.

Veel dochters zijn sterk geworden, veel hebben rijkdom verworven: gij gaat hen te boven en overtreft hen allen.

Bij u is geen bedriegelijk behagen te vinden, en geen ijdele vrouwelijke schoonheid.

Want een vrouw met inzicht zal gezegend zijn, moge zij de vreze des Heren loven.

Geef haar van de vrucht van haar lippen, en haar man zal geprezen worden in de poorten.

Gegevens

Datum:
23 april
Evenement Categorie: